22 juli 2015

Canada - week 2

Whistler
De tweede week van onze reis begon met de rit van Clearwater naar Whistler, die ons wederom door prachtige landschappen voerde. We stopten bij Lac des Roches voor een kop koffie, midden tussen de beboste bergen, kregen daar een gedetailleerde kaart voor de barre off-road-route over de North Napoleon Road om een stuk af te snijden, waar we een wapitihert wilden fotograferen, maar bijna van onze sokken werden gereden door een enorme truck met dubbele oplegger, volgeladen met boomstammen. Dat was even schrikken! We kwamen door dorre, afgegraven canyons, maakten een heuse roadblock mee (op de even uren mochten aan beide zijden een paar auto's doorrijden - er was een stuk van de doorgaande weg weggeslagen, dus moest er een stuk uit de berg worden geboord, nogal wat oponthoud dus), waardoor we uiteindelijk tamelijk laat in Whistler aankwamen. 
Bike city, zo ontdekten we de volgende ochtend bij de gondel naar boven: in een stoeltjeslift passen vijf bmx-fietsen, de berijders zitten dan in het volgende stoeltje en komen vervolgens in een moordvaart naar beneden suizen. Sommige deden onderweg naar beneden ook nog stunts, we hebben onze ogen uitgekeken, eerst 's morgens bij een kop koffie en 's avonds bij het eten nog een keer. Verder is het natuurlijk ooit Olympisch wintersportdorp geweest en dat kun je overal nog wel zien. 

Lower Sunshine Coast
Vanuit Whistler vertrokken we richting kust. Onderweg bewonderden we nog een waterval, gingen met de Sea-to-Skygondel naar boven en wiebelden daar over de hangbrug (kunnen we vast oefenen; in Vancouver hangt een nog veel grotere) en brachten we een bezoek aan een mijnmuseum, waar we in een prachtig oud treintje werden gezet (allemaal een helm op) en uitleg kregen over de winning van koper 'in the old days'. Deze mijn was tot 1974 nog volop in werking en veel instrumenten en gebouwen zijn behouden gebleven. We waren zeer onder de indruk. Halverwege de middag checkten we in voor de BC Ferry bij Horseshoe Bay, om over te steken naar Langdale en van daaruit door te kunnen rijden naar onze lodge in Secret Cove. Die ligt prachtig verscholen op zeer geaccidenteerd terrein aan het water - wij hebben ocean view en kunnen zowel 's morgens als 's avonds genieten van het fraaie uitzicht (en houttransporten bewonderen, lange ladingen boomstammen die door een of twee sleep- en/of duwbootjes worden vervoerd, erg grappig om te zien). 
We maakten daar een wandeltocht bij Smuggler's Cove, inderdaad, daar werd vroeger volop gesmokkeld en dat begrepen we ook wel toen we de moerasachtige vlakte, afgewisseld met ingenieus verscholen baaien ontdekten. Weer een aardige klautertocht, maar leuk om te beleven. Daar ontdekten we ook bijzondere bomen: Arbutus trees, waarvan de schors vervelt, heel apart om te zien! We reden naar het enige grotere plaatsje in de buurt, Sechelt, om wat eten en drinken in te slaan, vonden er een soort boulevard langs de zeer rustige kust met kiezelstrand en hebben daar nog even heerlijk in de zon kunnen zitten. Het viel ons wel op hoe weinig toeristisch het er aan deze zijde aan toe gaat; er zijn bar weinig plekken waar je überhaupt bij het water kunt komen en restaurants of terrasjes konden we er ook niet makkelijk vinden. 
 
Vancouver Island - Upper Sunshine Coast
Na bijna twee weken te hebben vertoefd in berglandschappen en nationale parken staken we over naar Vancouver Island, waar we eerst de Upper Sunshine Coast verder hebben verkend. We startten 's morgens belachelijk vroeg met het veer van Earls' Cove naar Saltery Bay, om vandaar snel verder te rijden om op tijd bij het veer van Powell River naar Little River te kunnen zijn. Die overtocht duurde anderhalf uur, heerlijk in het zonnetje mijn logboek zitten bijwerken! Eindstation voor die dag was Campbell River, halverwege het eiland ongeveer, waar we een fantastisch uitzicht over het water hadden en 's avonds bijna niet aan eten toekwamen, zoveel gebeurde er. 
We zagen zeehonden spelen, een walvis spuiten, houttransporten voorbijkomen, twee drijvende flatgebouwen (cruiseschepen), zeearenden die vochten om een prooi, kortom, dynamiek! We bleven aanvankelijk een nacht, ter overbrugging van de afstand naar Port Hardy, in het noorden van Vancouver Island, waarvandaan we per watervliegtuig naar de Great Bear Lodge in de Smith Inlet werden gevlogen, een bijzondere ervaring! 
Daar verbleven we in totaal twee dagen, hebben er een fantastische tijd gehad, veel excursies per boot onder leiding van ervaren gidsen, veel bijzonder fraaie natuur gezien en zeehonden en watervogels. We hebben er ook van alles van grizzlyberen gezien, sporen, hopen poep, hun weggetjes dwars door het bos, behalve de beren zelf. In het zomerseizoen is het altijd lastig spotten, omdat ze dan vaak voldoende voedsel kunnen vinden in de uitgestrekte bossen daar. Desondanks hebben we met volle teugen genoten van de geïsoleerde ligging van de lodge, de overweldigende natuur daar en de gastvrije, vriendelijke en vrolijke ontvangst door het team. Een absolute aanrader voor wie even helemaal wil uitloggen (geen bereik, geen wifi...). Het is ons in elk geval uitstekend gelukt.

Inmiddels zijn we terug in Campbell River, waar Hans vanmiddag uit vissen is gevaren (benieuwd of hij iets gevangen heeft) en ik dit reisverslag kon maken. Over het algemeen boffen we enorm met het weer, hoewel het op Vancouver Island iets frisser is qua temperatuur en er voor deze week ook meer regenbuien zijn voorspeld. Morgen gaan we de hele middag op excursie om vanaf een boot orka's te spotten - spannend vooruitzicht. En we zitten weer in dezelfde lodge, met uitzicht op het water, dus het zullen wel weer enerverende maaltijden worden met de camera in de aanslag. 

Geen opmerkingen: