30 juli 2015

Canada - week 3

Vancouver Island

Een forse chinookzalm, vijf kilo schoon aan de haak, manlief en ik waren zeer onder de indruk! De vis werd direct gewogen, schoongemaakt en met visvergunning voor 1 dag op ijs gelegd om verder verwerkt te worden. We besloten om de chef-kok een deel van de vis de volgende dag klaar te laten maken voor het diner en de rest te laten invriezen en naar Nederland te laten verschepen. Werd allemaal ter plekke voor ons geregeld en kostte verhoudingsgewijs ook niet eens zo gek veel geld. Het zou alleen wel een paar weken kunnen duren voor we de zalm thuis in ontvangst konden nemen.
 
De trip op de Johnston Strait, op zoek naar orka's, werd een onvergetelijke ervaring. Eerst reden we met een busje een eind noordwaarts en stapten vervolgens over op een snelle boot met een bevlogen kapitein en marien biologe in opleiding. Ze wisten veel te vertellen over het leven van orka's en herkenden alle leden van de groepen die zich in deze contreien veelal ophielden, aan hun rugvin, bijzonder! Voor we het goed en wel beseften, zagen we de eerste dieren al spelend en stoeiend langs de kustlijn gaan. De motor ging direct uit en zo dobberden we rustig rond. Op enig moment kwam er een hele groep tegelijk aanzwemmen, richting onze boot, wat een indrukwekkend gezicht! Ik kreeg er kippenvel van, zo ontroerend, het leek alsof ze ons wilden begroeten. De leidster zwom voor de boot langs, hield ons met één oog in de smiezen, terwijl de rest onder ons door dook. Een heel eind verderop zagen we ze weer boven water komen. Ze namen afscheid van ons door heel elegant met hun staartvin te 'zwaaien' voordat ze weer een duik namen. Jammer genoeg was de afstand te groot, dus hebben we het niet kunnen vastleggen. Maar dat doet niets af aan de beleving, ronduit fabeltastisch!

We sloten ons verblijf in Campbell River af met een overheerlijke portie wilde zalm bij het diner - voorlopig hoef ik dan ook even geen kweekzalm meer te eten. De reis ging verder richting Port Alberni, waar we met een heuse stoomtrein naar een stoomhoutzagerij werden vervoerd. Onderweg werd er regelmatig een straat gekruist en moest er, uiteraard, weer even aan de stoomfluit worden getrokken. Inzittenden van de wachtende auto's zwaaiden enthousiast, kortom, een komisch ritje. De volgende dag bestond een excursie uit het meevaren met de Lady Rose (nou ja, een zusterschip) de fjord op en neer. Helaas hadden we die dag iets minder mooi weer en de beloofde laad- en lospraktijken hadden meer weg van een veerpont voor vakantiegangers en kayakkers dan van een soort traditionele postboot waar ze mee adverteerden. Het werd een lange, lange dag met bitter weinig hoogtepunten.

Deze tussenstop in Port Alberni bleek overigens geen overbodige luxe; een dagtrip verder rijden door prachtig heuvelachtig landschap bracht ons aan de westkust, waar we eerst het schilderachtige plaatsje Tofino gingen verkennen en vervolgens ons overnachtingsadres in Uclulet opzochten. Over het Black Water Oceanfront, een resort dat direct langs de kust is gebouwd, niets dan lof: we hebben er heerlijk geslapen, gegeten en van de fenomenale uitzichten over de oceaan kunnen genieten.

Qua gezelligheid hadden we misschien liever in een iets minder afgelegen hotel gezeten, bijvoorbeeld in de buurt van Tofino, een heerlijk relaxt dorpje met veel grappige en originele winkeltjes. Van daaruit zijn we opnieuw met een boot het (veel ruwere) water op getrokken om zeeottertjes, bultruggen en zeehonden te gaan spotten. We hebben ook dit keer heel wat dieren in hun natuurlijke omgeving gezien en ook nu was het een fantastische ervaring, vooral om elke keer door de branding te moeten varen!
Als aandenken kocht ik een prachtige door een First Nations (zo worden de inheemse inwoners van Canada aangeduid) van cederhout gemaakte orka, ook al hadden we die hier nu juist niet gezien. Onderweg terug naar Uclulet maakten we nog een fikse wandeling in een spookachtig bos dat uiteindelijk uitkwam op het strand: veel trappen om de hoogteverschillen te overbruggen, prachtige oude bomen in diverse vormen en verder nogal donker en duister, maar erg fraai om in te wandelen! Gelukkig doet de geblesseerde knie inmiddels weer min of meer gewoon mee, zolang we de dagen van inspanning maar afwisselen met ontspanning (lees: in de auto zitten).

Victoria
Vanuit Uclulet gingen we op weg naar Victoria, via een pittoresk plaatsje, Chemainus, waar we met een plattegrond in de hand bijna alle meer dan manshoge muurschilderingen hebben bekeken; erg indrukwekkend! We lunchten er bij een tentje dat ooit van Nederlandse eigenaren was geweest: je kon er nog steeds krentenbollen krijgen...

Victoria is een grote, prachtige 'oude' stad, waarvan het centrum nogal Brits aandoet. We hadden er een hotel aan de haven en konden vanaf ons balkon volop genieten van de pittoreske veerpontjes die de hele dag heen en weer voeren. Ze deden ons erg aan Hongkong denken!
We moesten wel weer even wennen aan al dat verkeer en al die mensen, na weken voornamelijk natuur, ruimte & rust. 's Avonds verkenden we de eveneens bekende artistieke wijk Fisherman's Wharf. Fraai en creatief gedecoreerde woonboten, veel toeristen en eettentjes. Winkelen in het centrum van de stad was er ook erg leuk, we bezochten de wereldberoemde boekwinkel Munro's (en kochten er uiteraard een boek) en dronken koffie bij de al even beroemde buren: lunchroom Murchie's met zijn authentieke inrichting en prachtige koffie- en theeafdeling met al even prachtige serviezen, genieten dus.
Langzaam maar zeker komt het einde van onze fantastische reis in zicht. Nog een weekje en dan vliegen we alweer terug naar Amsterdam... onvoorstelbaar. 

22 juli 2015

Canada - week 2

Whistler
De tweede week van onze reis begon met de rit van Clearwater naar Whistler, die ons wederom door prachtige landschappen voerde. We stopten bij Lac des Roches voor een kop koffie, midden tussen de beboste bergen, kregen daar een gedetailleerde kaart voor de barre off-road-route over de North Napoleon Road om een stuk af te snijden, waar we een wapitihert wilden fotograferen, maar bijna van onze sokken werden gereden door een enorme truck met dubbele oplegger, volgeladen met boomstammen. Dat was even schrikken! We kwamen door dorre, afgegraven canyons, maakten een heuse roadblock mee (op de even uren mochten aan beide zijden een paar auto's doorrijden - er was een stuk van de doorgaande weg weggeslagen, dus moest er een stuk uit de berg worden geboord, nogal wat oponthoud dus), waardoor we uiteindelijk tamelijk laat in Whistler aankwamen. 
Bike city, zo ontdekten we de volgende ochtend bij de gondel naar boven: in een stoeltjeslift passen vijf bmx-fietsen, de berijders zitten dan in het volgende stoeltje en komen vervolgens in een moordvaart naar beneden suizen. Sommige deden onderweg naar beneden ook nog stunts, we hebben onze ogen uitgekeken, eerst 's morgens bij een kop koffie en 's avonds bij het eten nog een keer. Verder is het natuurlijk ooit Olympisch wintersportdorp geweest en dat kun je overal nog wel zien. 

Lower Sunshine Coast
Vanuit Whistler vertrokken we richting kust. Onderweg bewonderden we nog een waterval, gingen met de Sea-to-Skygondel naar boven en wiebelden daar over de hangbrug (kunnen we vast oefenen; in Vancouver hangt een nog veel grotere) en brachten we een bezoek aan een mijnmuseum, waar we in een prachtig oud treintje werden gezet (allemaal een helm op) en uitleg kregen over de winning van koper 'in the old days'. Deze mijn was tot 1974 nog volop in werking en veel instrumenten en gebouwen zijn behouden gebleven. We waren zeer onder de indruk. Halverwege de middag checkten we in voor de BC Ferry bij Horseshoe Bay, om over te steken naar Langdale en van daaruit door te kunnen rijden naar onze lodge in Secret Cove. Die ligt prachtig verscholen op zeer geaccidenteerd terrein aan het water - wij hebben ocean view en kunnen zowel 's morgens als 's avonds genieten van het fraaie uitzicht (en houttransporten bewonderen, lange ladingen boomstammen die door een of twee sleep- en/of duwbootjes worden vervoerd, erg grappig om te zien). 
We maakten daar een wandeltocht bij Smuggler's Cove, inderdaad, daar werd vroeger volop gesmokkeld en dat begrepen we ook wel toen we de moerasachtige vlakte, afgewisseld met ingenieus verscholen baaien ontdekten. Weer een aardige klautertocht, maar leuk om te beleven. Daar ontdekten we ook bijzondere bomen: Arbutus trees, waarvan de schors vervelt, heel apart om te zien! We reden naar het enige grotere plaatsje in de buurt, Sechelt, om wat eten en drinken in te slaan, vonden er een soort boulevard langs de zeer rustige kust met kiezelstrand en hebben daar nog even heerlijk in de zon kunnen zitten. Het viel ons wel op hoe weinig toeristisch het er aan deze zijde aan toe gaat; er zijn bar weinig plekken waar je überhaupt bij het water kunt komen en restaurants of terrasjes konden we er ook niet makkelijk vinden. 
 
Vancouver Island - Upper Sunshine Coast
Na bijna twee weken te hebben vertoefd in berglandschappen en nationale parken staken we over naar Vancouver Island, waar we eerst de Upper Sunshine Coast verder hebben verkend. We startten 's morgens belachelijk vroeg met het veer van Earls' Cove naar Saltery Bay, om vandaar snel verder te rijden om op tijd bij het veer van Powell River naar Little River te kunnen zijn. Die overtocht duurde anderhalf uur, heerlijk in het zonnetje mijn logboek zitten bijwerken! Eindstation voor die dag was Campbell River, halverwege het eiland ongeveer, waar we een fantastisch uitzicht over het water hadden en 's avonds bijna niet aan eten toekwamen, zoveel gebeurde er. 
We zagen zeehonden spelen, een walvis spuiten, houttransporten voorbijkomen, twee drijvende flatgebouwen (cruiseschepen), zeearenden die vochten om een prooi, kortom, dynamiek! We bleven aanvankelijk een nacht, ter overbrugging van de afstand naar Port Hardy, in het noorden van Vancouver Island, waarvandaan we per watervliegtuig naar de Great Bear Lodge in de Smith Inlet werden gevlogen, een bijzondere ervaring! 
Daar verbleven we in totaal twee dagen, hebben er een fantastische tijd gehad, veel excursies per boot onder leiding van ervaren gidsen, veel bijzonder fraaie natuur gezien en zeehonden en watervogels. We hebben er ook van alles van grizzlyberen gezien, sporen, hopen poep, hun weggetjes dwars door het bos, behalve de beren zelf. In het zomerseizoen is het altijd lastig spotten, omdat ze dan vaak voldoende voedsel kunnen vinden in de uitgestrekte bossen daar. Desondanks hebben we met volle teugen genoten van de geïsoleerde ligging van de lodge, de overweldigende natuur daar en de gastvrije, vriendelijke en vrolijke ontvangst door het team. Een absolute aanrader voor wie even helemaal wil uitloggen (geen bereik, geen wifi...). Het is ons in elk geval uitstekend gelukt.

Inmiddels zijn we terug in Campbell River, waar Hans vanmiddag uit vissen is gevaren (benieuwd of hij iets gevangen heeft) en ik dit reisverslag kon maken. Over het algemeen boffen we enorm met het weer, hoewel het op Vancouver Island iets frisser is qua temperatuur en er voor deze week ook meer regenbuien zijn voorspeld. Morgen gaan we de hele middag op excursie om vanaf een boot orka's te spotten - spannend vooruitzicht. En we zitten weer in dezelfde lodge, met uitzicht op het water, dus het zullen wel weer enerverende maaltijden worden met de camera in de aanslag. 

15 juli 2015

Canada - week 1


De eerste week van onze rondreis door het westen van Canada zit erop. We zijn aangekomen in Whistler, 's winters duidelijk het Mekka van snowboarders en skiërs, maar zomers biker city bij uitstek. Overal crossfietsen en met zware bescherming geklede berijders, in alle leeftijden. We boffen trouwens enorm met het weer: zomerse temperaturen en bijna voortdurend zon!

Calgary
Onze reis begon in Calgary, waar we onder andere de fameuze Stampede bezochten. Wat een circus, ongelofelijk. Een soort kermis zoals wij die kennen, maar dan vele malen groter, gecombineerd met wedstrijden dressuurrijden met koetsen, informatie over paarden en ander vee, en uiteraard ook rodeo's, met en zonder zadel op een paard en op een ongezadelde stier, barrelslalom voor de ladies en chuckwagonraces, waarbij vier paarden een soort uitgeklede huifkar voorttrekken - met hindernisparcours. Een menner op de bok, een assistent die er voor de start afspringt en twee ruiters ter begeleiding. Het duurde even voor we door hadden wat de bedoeling precies was.
Ik vond vooral de rodeo's wat bedenkelijk, vroeg me af of dit nu wel zo aangenaam was voor die dieren, ondanks het feit dat er direct ingegrepen werd, dus er was zeker geen sprake van onnodig lijden. Toch bleef er een beetje ongemakkelijk gevoel knagen, hoewel het publiek duidelijk dolenthousiast was. Kortom, een hele belevenis!

Banff National Park
Na al dat rodeogeweld, enorme attracties en oneindig vele eetkraampjes met foute happen reden we door weldadig rustige en fraaie natuur naar Banff, onze tweede bestemming. Wat heeft dit deel van Canada toch een overweldigende landschappen, prachtig gekleurde, kraakheldere meren, gigantische bergkammen - we waren zeer onder de indruk van de Rocky Mountains! Onze lodge bleek net buiten het dorpje te liggen en van hieruit hebben we de gondel naar Sulphur Mountain genomen. Daar hadden we een fantastisch uitzicht over de Rockies - we zijn tot aan de top geklommen en dat was voor de benen van deze laaglanders weer even wennen.
Tijdens ons verblijf hier gingen we ook nog mee op raftavontuur: eerst in een oude gele schoolbus, op weg naar het startpunt, daar werden we in wetsuits & zwemvesten gehesen, we kregen uitleg over 'hang in', back paddle en andere technische termen en vervolgens klauterden we aan boord van zo'n forse rubberboot. Onze gids had het nodige gevoel voor humor en gelukkig deelden de mederafters dat ook wel, dus wij hadden een topmiddag! De foto's spreken voor zich...

Moraine Lake
Moraine Lake
De volgende etappe van onze reis bracht ons naar het bijzonder pittoreske Moraine Lake, vlak in de buurt van dat andere, veel bekendere Lake Louise, waar we voor ons fatsoen ook even zijn gaan kijken. Nee, geef ons Moraine Lake maar, veel rustiger, aangenamer! Hier hadden we een kamer in een gemoedelijke lodge, waar we overigens ongelofelijk lekker hebben gegeten, zowel 's morgens als 's avonds. Grappig detail: alle meubels zijn hier overduidelijk van bomen gemaakt. Ons bed wiebelde wel een beetje op die dunne stammetjes, maar we hebben er in geslapen als roosjes.
Rondom dit geïsoleerde meer was verder alleen maar fraaie natuur - helaas ook veel dagjesmensen en bussen vol toeristen die graag met het meer op de foto wilden. Het verbaast me elke keer weer hoeveel mensen er tegenwoordig fotograferen met hun mobiel en vrijwel overal 'selfies' maken. Mij lijkt de achtergrond dan minder belangrijk, terwijl dat in ons geval eerder andersom is, maar ja, wij hebben dan ook aardig wat camera's mee. En ja, ook wij hebben ons soms bezondigd aan het maken van een (meestal belachelijke) selfie om de kinderen een plezier mee te doen.
Onderweg naar deze bestemming namen we de Bow Valley Parkway, een prachtige route dwars door dennenbossen, met altijd ergens de Rockies als achtergrond. We liepen een korte trail naar de Johnston Falls, waar we 's morgens vroeg al moeite hadden om een parkeerplaats te vinden. Ook hier weer klauteren naar de waterval zelf over een smal, hobbelig pad dat soms flink steil werd. Tot mijn niet geringe verbazing liepen er nogal wat mensen op teenslippers - dat leek mij buitengewoon oncomfortabel en niet ongevaarlijk. Bij deze waterval zag ik een moeder grondeekhoorn vier koters opvoeden: ze kregen een lesje risico's inschatten en kropen dan heel schattig dicht tegen elkaar aan, voordat de eerste moeder achterna durfde te gaan. Enig om te zien!
Marble Canyon
Onze tweede stop bracht ons bij Marble Canyon, ook een waterval, maar dan door een uiterst smalle kloof die diep het landschap in liep. Wat mij betreft duidelijk de fraaiste wandeling tot dan toe: het pad voerde ons telkens dwars over de kloof, die steeds nauwer werd, waardoor het water er steeds krachtiger doorheen geduwd werd. Erg indrukwekkend! Eenmaal in de buurt van Lake Louise zijn we ook daar met de gondel naar het middenstation gegaan; hoger ging helaas niet. Het uitzicht over het meer klopte met de foto's die we uit de boekjes kenden.
De tweede dag hebben we vooral de omgeving verkend, zo stonden we vol verbazing te kijken naar de spiral tunnels voor de trein, waarmee hoogteverschillen worden overbrugd. Op de terugweg reed er door de upper tunnel zowaar zo'n ellenlange goederentrein: de locomotief kwam boven al uit de spiraal rijden, terwijl de laatste wagon de tunnelingang nog niet eens had bereikt. Een heel maf gezicht. Verder bezochten we de Takakkaw Falls, met een verval van 250 meter een van de hoogste watervallen in Canada. Vanaf de weg zagen ze er al indrukwekkend uit, maar via een pad konden we er tot vlak onder komen en dat was helemaal een bijzondere ervaring. We lunchten in Field, een grappig plaatsje, waar we overigens nog een hele tijd mochten wachten op zo'n lange goederentrein voor we verder konden rijden. Andere bezienswaardigheden op deze tocht waren de Natural Bridge en Emerald Lake, ook heel mooi maar wij geven de voorkeur aan Moraine Lake!

Jasper National Park
Bow Lake
Vanuit Moraine Lake trokken we verder noordwaarts, naar Jasper, via de Icefields Parkway - een opnieuw bijzonder fraaie route met kristalheldere meertjes, waarin de bergen weerspiegeld worden. We stopten onder andere bij Bow Lake, Peytou Lake (erg veel Aziatische toeristen, bussenvol), Mistaya Canyon (met wandeling langs de canyon en verschillende platforms van waar vanuit een telkens wisselend perspectief kon worden gefotografeerd), en dan toch weer mensen die over de hekken klimmen, levensgevaarlijk, wordt ook voortdurend voor gewaarschuwd, om nog even die ene foto te nemen. We lunchten bij The Crossing bij een wegrestaurant en reden verder tot aan het Columbia Icefield, waar je met een speciale bus op de gletsjer kon. We rekenden snel uit hoeveel tijd ons dat zou gaan kosten, wachtend tussen al die andere toeristen, en besloten onze eigen gletsjerfoto's te maken. Wat een toeristisch circus ook hier weer.... Tot slot bezochten we zowel de Sunwapta Falls als de Athabasca Falls, de eerste wel aardig, de tweede behoorlijk indrukwekkend. In Jasper belandden we opnieuw in een bijzondere lodge. Hier hadden we heerlijk knus van een openhaardvuurtje kunnen genieten, ware het niet dat de buitentemperaturen ook 's avonds daar nog veel te hoog voor waren. We zagen wel hoe er aan de andere kant van de berg, bij Maligne Lake, dat wij de volgende dag wilden bezoeken, een bosbrand ontstond, en daar hadden we de volgende ochtend ook in Jasper nog flink last van - dikke rook in ons resort, maar ook down town. De weg naar Maligne Lake was afgesloten, er werden mensen geëvacueerd, dus wij besloten dan maar een andere invulling aan de dag te geven, reden naar Mount Edith Cavell en hadden daar prachtig zicht op de Angel Glacier en het gletsjermeer, volledig helder, zonder permanente barbecuelucht in de neusgaten. Ook hier kwamen de kuitspieren weer flink in actie, maar het moet gezegd, het uitzicht maakte de inspanning meer dan de moeite waard! Wintersportoord Marmot Basin was helaas niet open, dus terug via Jasper en door naar Patricia en Pyramide Lake. Onderweg zagen we daar onze eerste 'elk' oftewel caribou in het wild staan grazen. Prachtig fluweelbedekt gewei, jong mannetje, vermoed ik, dat onverstoorbaar bleef eten ondanks alle fotograferende kijkers.

Wells Gray Provincial Park
Mount Robson
Vanuit Jasper ging de reis verder naar Clearwater, beginpunt van ons verblijf in Helmcken Falls Lodge, in Wells Gray Park. De dag duurt een uur langer, omdat we een tijdzone passeren. Onderweg stoppen we in elk geval bij Mount Robson, de hoogste berg van de Rockies. Vervolgens melden we ons bij de River Safari in Blue River, om met een boot op zoek te gaan naar beren. We hadden ongelofelijk veel geluk: in het uur dat wij gingen (samen met - hoe toevallig - nog een Nederlands gezin en een Nederlands stel) zagen we vier beren op drie verschillende plekken scharrelen langs de oever. 
We ontdekten dat zwarte beren soms ook bruin zijn en waren vooral verbaasd over het gemak waarmee we ze konden fotograferen en filmen. Weer een ervaring rijker!

In Clearwater bij het informatiecentrum meteen een gedetailleerde kaart gevraagd en gekregen en onderweg naar de lodge alvast de Spahat Creek Falls bewonderd, die vooral opviel door de vele kleuren van de canyon er omheen. Onze lodge heeft iets weg van een jeugdherberg uit vervlogen tijden, heel gemoedelijk en knus, maar het stikt hier wel van de muggen, voor het eerst eigenlijk.

Helmcken Falls
Tijdens ons verblijf hier hebben we nog wat uitstapjes in het park gemaakt, zoals naar de zeer indrukwekkende Helmcken Falls, met een flink verval in een soort kom, heel apart om te zien. Hier begon er een dag met regenbuien (hadden we nog niet eerder overdag meegemaakt) en gingen we paardrijden, western style, een ervaring op zich. Helaas nam mijn paard de bochtjes nogal krap, zodat ik op enig moment behoorlijk hard met mijn knie tegen een boom knalde. Au en blauw, ondanks het ijs, maar ik kan nog lopen, dus de blessure lijkt mee te vallen.
Van hieruit een lange reisdag naar Whistler, onderweg veel wisselende, maar altijd fraaie landschappen gezien en ook nog een stuk over onverharde wegen gereden, waar we ons eerste wapitihert tegenkwamen en fotografeerden. De komende weken willen we ook nog graag een moose, walvissen, orka's en... een grizzly voor onze lenzen, dan is de Canadese lijst ook compleet.