31 december 2013

Overpeinzingen
Zo op de laatste dag van dit jaar blik ik met een mix van verbazing en verwondering terug op een bijzonder jaar dat bovendien voorbijgevlogen is. Een bijzonder dynamisch jaar ook: we vierden het 75-jarig bestaan van ons familiebedrijf Ruitenberg en daar heb ik samen met mijn broer en zus vele uren voorbereidend werk in gestoken. Ons jubileumboek is prachtig geworden en we zijn er dan ook reuze trots op. En de jubileumreis naar Istanbul? Een onvergetelijke ervaring! Ik voel me bevoorrecht dat ik de kans heb gekregen om een rol als familieambassadeur op me te nemen - ik leer er nog dagelijks interessante dingen bij en groei steeds meer in mijn rol. Daarnaast heb ik een aantal cursussen op het gebied van communicatie kunnen volgen, waar ik zowel in mijn vertaalwerk als in mijn ambassadeursrol veel plezier van heb. Het is alleen nog wel een beetje wennen om weer regelmatig onderweg te zijn, bijeenkomsten en beurzen te bezoeken en te vergaderen in plaats van rustig achter mijn computer te zitten vertalen.
 
Vertaalwerk onder druk
Als beduidend minder prettig heb ik ervaren dat er steeds vaker verzocht wordt om een (nog) lager tarief per woord te rekenen voor vertaalopdrachten - jammer genoeg regelmatig uitmondend in een 'no go', want te duur. Vertalen is en blijft een vak en ik weiger principieel aan een prijzenslag mee te doen. Dat kan alleen maar leiden tot een 'race to the bottom' en waar eindigt die? Uit onderzoek blijkt dat vertalers in Nederland nu al decennia achter de feiten aanlopen: we worden ruimschoots ingehaald door de inflatie... Wat bof ik dan toch met opdrachtgevers die kwaliteit nog wel op waarde weten te schatten en met wie het dus bijzonder prettig samenwerken is!
Ronduit bedroevend was het bericht dat een van mijn favoriete opdrachtgevers, Presseurop, eerder deze maand alle activiteiten moest staken, omdat de EU de subsidiekraan na vijf succesvolle jaren alsnog dichtdraaide. Als gevolg daarvan blijven vele collega-vertalers nu met lege handen achter. Geen werk betekent voor ons, veelal zvzp-ers (zelfstandig vertalers zonder personeel), ook geen inkomsten. Het is een vreemde gewaarwording om voor het eerst in al die jaren als zelfstandig gevestigd vertaalster te moeten vaststellen dat ik dit jaar niet meer alleen van mijn vertaalwerk had kunnen rondkomen. Gelukkig heb ik nog een alternatieve inkomstenbron, maar dat is waarschijnlijk niet voor iedere collega-vertaler weggelegd.
 
Nieuw jaar, nieuwe kansen
Toch geloof ik dat er reden voor optimisme is. Elke dag biedt immers nieuwe kansen en hoewel ook ik de toekomst niet kan voorspellen, hoop en wens ik vooral dat we komend jaar inderdaad allemaal kunnen meeliften op het alom voorspelde economisch herstel. Daarom steek ik hierbij graag al mijn collega-vertalers een hart onder de riem en wens ik alle lezers van mijn blog een sprankelend 2014!

1 oktober 2013

Ruitenberg 75 jaar
Wat een fantastisch jubileumfeest hebben we vorig weekend beleefd! Ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van ons familiebedrijf hebben we met het personeel een onvergetelijke trip naar Istanbul gemaakt, waar we een uitstekend verzorgd programma aangeboden kregen. We bezochten de Blauwe Moskee en de Hagia Sofia. We deden een City Challenge in verschillende groepen, waarbij we allerlei opdrachten moesten uitvoeren. Verder stond er een Spice Market Rally op het programma en dat hield in dat we met een lijst met ingrediënten, een boodschappentas en een bescheiden bedrag aan Turks geld de markt opgestuurd werden om via onderhandelingen aan alle benodigdheden voor de 'mezze' te komen. Deze voorgerechten mochten we vervolgens in een restaurant met ons groepje klaarmaken en opeten. We dineerden ook nog eens op bijzondere locaties: zo aten we heel knus in de Flower Passage, kregen een keer een Turkse avond met buikdansers en -danseressen voorgeschoteld en was ons feestdiner georganiseerd in een restaurant aan de oever van de Bosporus. Daar waren we per boot naartoe gevaren, waarbij we volop hebben genoten van het uitzicht aan weerszijden: 'Istanbul by night'. 
 
We profiteerden van prettige temperaturen en een zonnetje, hadden vriendelijke en kundige gidsen mee en er heerste steeds een opperbeste stemming. Ideale ingrediënten dus voor deze jubileumreis. Gelukkig werd ons jubileumboek ook nog net op tijd afgeleverd, zodat wij - mijn broer, zus en ik - als derde generatie dit tastbare resultaat van de vele uren werk die we eraan hebben besteed officieel konden (laten) overhandigen aan ons vader.
Er wordt nog uitgebreid nagepraat over de reis nu de eerste foto's zijn rondgestuurd. Wij kijken terug op een bijzonder geslaagd jubileum. Op naar de volgende 75 jaar!

2 augustus 2013

Goed opdrachtgeverschap
We staan er misschien niet dagelijks bij stil, maar goed opdrachtgeverschap is een kunst op zich. Als een opdrachtgever zijn of haar wensen op juiste wijze weet te verwoorden en op basis van de juiste afwegingen zijn of haar keuze voor een bepaalde opdrachtnemer maakt, is aan een belangrijke voorwaarde voldaan om uiteindelijk tot een goed resultaat te komen. Vertaalopdrachten vormen daarop geen uitzondering; als professionele vertalers kunnen we goed opdrachtgeverschap dan ook zeker toejuichen. In dit artikel wordt afgerekend met tien mythes rond vertalingen - op uitstekende wijze inzichtelijk gemaakt en fraai verwoord. Vandaar dat ik het artikel graag met jullie deel!

19 juni 2013



Kwestie van kwebbelen en bijblijven?
Jazeker, eindelijk ben ook ik over de Twitter-streep. Met dank aan alle lieve mensen in mijn omgeving die mij hebben weten te overtuigen. Het is nog wel even wennen, moet ik eerlijk bekennen, maar vanaf vandaag ben ik dus te volgen #ElsowinaR.
Wie volgt...?

14 juni 2013


Teamwork

 
‘Lang zullen ze leven’
Op 24 mei vierden de mannen van Teamwork een feestje: ter gelegenheid van het twintigjarige bestaan organiseerden ze het Nationaal Vertaalcongres 2013, in samenwerking met de Vereniging Zelfstandig Vertalers en de ITV Hogeschool voor Vertalers en Tolken. In de grote zaal van Regardz Amersfoort passeerde een hele reeks interessante onderwerpen de revue, ingeleid door Marcel Lemmens en Tony Parr, de enthousiaste drijvende krachten achter Teamwork. We hadden natuurlijk even ‘Lang zullen ze leven’ moeten zingen…
 
Twintig jaar terug in de tijd
Twee collega-vertalers beten het spits af en namen ons mee terug in de tijd, toen Google nog niet bestond. Begin jaren negentig maakten we onze vertalingen met behulp van papieren woordenboeken en encyclopedieën. Eventuele ontbrekende kennis over een specifiek onderwerp gingen we bijspijkeren in de plaatselijke bibliotheek. We typten onze vertalingen in WordPerfect op de computer en konden ze zelfs op floppy’s opslaan (voorloper van de USB-stick)! Die floppy’s gingen dan in zo’n envelop met noppenbinnenbekleding en samen met de uitdraai per gewone post naar de klant. Heerlijk nostalgisch en herkenbaar, deze verhalen met bijpassende plaatjes. Het ‘oh-ja-gehalte’ in de zaal sprak trouwens ook boekdelen. Mij bekroop ineens het gevoel dat er in twintig jaar erg veel veranderd is in ons beroep.
Daarna deed Tony een grappige quiz met ons: wie won de Tour de France in 1993? Welke auto kwam er in dat jaar voor het eerst op de markt? Welke actrice won een Oscar? En nog veel meer van dit soort ludieke vragen. Saillant detail: niemand had ze alle 20 goed…
 
Zoek een vertaalbuddy!
Bugslife plaatjes Daarna wist een viertal vertalerduo’s ons zeer gemotiveerd uit de doeken te doen waarom het zo prettig kan zijn om met een collega samen te werken. Twee weten immers meer dan een, en je kunt elkaars vertalingen reviseren, hoewel je daarvoor dan wel goede afspraken moet maken. In de zaal werd instemmend gemompeld. Tegelijkertijd werd ons duidelijk gemaakt dat fysieke afstand dankzij programma’s als Teamviewer geen probleem meer hoeft te zijn. Twee van deze duo’s waren zelfs een heus bureau gestart, de ultieme vorm van samenwerken. Het advies ‘zoek een vertaalbuddy’ leidde tot nogal wat geroezemoes in de zaal.
 
Twintig jaar vooruit
Na een blik op heden en verleden was het hoog tijd voor een blik in de toekomst. Er werden interessante en soms ook gewaagde toekomstscenario’s geschetst, die bij mij toch enige onrust veroorzaakten. Wat als we straks alleen nog maar MT-vertalingen hoeven te redigeren? Of alleen nog maar de ‘no matches’, de nieuwe woorden in een tekst hoeven te vertalen, omdat een vertaalgeheugen de 100%-matches er al uit heeft gefilterd? Wie let er dan nog op de samenhang en de leesbaarheid van zo’n tekst? Wat is dan nog de meerwaarde van ons beroep? Hoe houden we ons werk dan nog leuk?
De toekomst ligt in specialisatie, meer meedenken met de klant, vertalen voor de doelgroep en feitelijk iets meer de kant van copywriting op. Kortom, transcreation bleek hier het toverwoord. Voer om nog eens wat langer over na te denken.
 
Hoezo moedertaal?
Na een heerlijke lunch startte het middagprogramma, waarin het moedertaalprincipe centraal stond. Dit onderwerp werd ingeleid met een zeer interessante voordracht van ‘special guest’ Antonella Sorace, hoogleraar ontwikkelingslinguïstiek aan de universiteit van Edinburgh en directeur van de stichting ‘Bilinguism matters’. Zij doet onderzoek naar tweetaligheid en wist ons te boeien met opzienbarende bevindingen en prikkelende stellingen. Zo vertelde ze dat vertalers feitelijk ook tweetalig zijn: hun hersenen switchen tijdens het vertalen immers voortdurend van de ene naar de andere taal en vice versa.
De volgende sprekers benaderden het principe moedertaal vanuit verschillende invalshoeken: wat is moedertaal precies, wanneer kun je spreken van moedertaal en moet je voor een goede vertaling altijd naar je moedertaal vertalen? Het ultieme experiment beleefden we daarna, toen we zelf vier Engelse vertalingen van een Nederlandse tekst mochten beoordelen. De brontekst was afkomstig uit een toeristenfolder en aan ons, publiek, de schone taak om te bepalen welke teksten door Engelstalige native speakers waren vertaald en welke door Nederlandse native speakers. Tot onze niet geringe verbazing en verrassing bleek de vertaling die als beste uit de bus kwam, zowel bij de professionele als de niet professionele jury en in de zaal, te zijn gemaakt door een Nederlandse moedertalige. Daarop kwamen onze tongen pas goed los. Petje af overigens voor de uitstekende vertaling!

Uitsmijter
Gelukkig verstomde het gepraat al snel toen de Gebroeders Fretz! ter afsluiting van deze inspirerende dag het podium op kwamen rennen en een wervelende show brachten. Ze konden rekenen op een enthousiast publiek.
Kortom, een bijzonder inspirerende dag, waarbij ook de ‘intermezzi’ van Jamie Lingwood met veel instemmend geknik in de zaal werden begroet. In de trein naar huis heb ik meteen maar een paar van die handige appjes beter bekeken…
Hartelijk dank, Marcel en Tony, voor de uitstekende organisatie van dit congres en voor jullie leuke attentie: alle deelnemers ontvingen een kortingbon voor een van de volgende workshops van Teamwork. Nogmaals hartelijk gefeliciteerd met jullie jubileum en op naar de volgende twintig!

 

25 februari 2013

Bedrijfsnamen met een vraagteken
Jarenlang heb ik hoofdzakelijk zitten vertalen op mijn eigen kantoor aan huis, maar de laatste tijd ben ik wat vaker op pad, vooral als ambassadeur van ons familiebedrijf. Dat betekent dat ik tegenwoordig ook weer regelmatig in de auto onderweg ben. Daarbij vormen de lange ritten van Vleuten naar Twello een bron van verbazing en vermaak, en dan niet alleen vanwege het gedrag van mijn medeweggebruikers. Zo reed ik vorige week bijvoorbeeld achter auto's met de volgende bedrijfsnamen: Brainwash-kappers en Talk & Vision, a KPN company.
 
Ja, het stond echt met vette letters op die auto's! Ik weet nog dat ik me afvroeg waarom een Nederlandse kapper zo nodig met een auto moet rondrijden met een Engelse bedrijfsnaam erop, nog even los van het feit dat ik bij deze kapper liever niet in de stoel zou willen belanden. Bij die KPN-divisie schoot me direct het nummer van David Bowie, 'Sound & Vision', te binnen. Bedoelde KPN dat soms? 

 
 
Dan had de kapper die ik een paar dagen later inhaalde het toch beter begrepen: de Hair Inn!


31 januari 2013

Maakt één letter echt zoveel verschil?
De afgelopen weken heb ik een paar artikelen vertaald over de onverkwikkelijke ontwikkelingen in Mali. In de Franse brontekst werd voor de rebellerende groeperingen in het Noorden steevast het woord 'islamiste' gebruikt, zowel zelfstandig en bijvoeglijk.
Aanvankelijk ging ik uit van de vertaling die haast intuïtief bij mij opborrelde: 'moslimextremist' of 'islamitische rebellen'. Maar de twijfel sloeg toe na het lezen van een aantal artikelen over dit onderwerp in Nederlandse kranten. Daarin kwam ik namelijk regelmatig ook het woord 'islamist' tegen. En wat blijkt? Dat woord staat gewoon in de Nederlandse Van Dale, met als omschrijving: 'fanatieke moslim, die een theocratie op islamitische grondslag nastreeft'.
Goed, dat is duidelijke taal, maar in mijn hoofd bleef de vraag rondspoken in hoeverre de doelgroep van mijn vertaling - lezers van een website - van deze betekenis op de hoogte is. Als ik het Franse woord  'islamiste' in Van Dale (FR-NL) opzoek, lees ik: aanhanger van de islambeweging. Bijvoeglijk gebruikt luidt de vertaling (volgens diezelfde Van Dale) 'm.b.t. de islambeweging'. Islambeweging staat dan weer niet in de Nederlandse Van Dale (islamistisch trouwens ook niet). Het Franse voorbeeld 'militant islamiste' wordt vertaald met 'moslimstrijder' - volgens de Nederlandse Van Dale iemand die zijn geloof gewapenderhand verdedigt of verspreidt.
Nu geloof ik best dat er bij die rebellen in Mali zowel moslimextremisten te vinden zijn als moslimstrijders en je kunt aan hun neuzen waarschijnlijk niet zien wie waar precies voor strijdt. In die zin dekt het woord 'islamitische rebellen' volgens mij de lading. Maar de omschrijving 'islamistische rebellen' zou wel problemen kunnen opleveren, omdat daarmee voor de lezer wellicht niet direct duidelijk is welke van beide groeperingen deze rebellen aanhangen. Dat zou de leesbaarheid van een artikel natuurlijk niet ten goede komen.
Eén letter verschil duidt op een wereld van verschil qua beleving. Of toch niet? Sinds maandagavond weet ik mij in goed gezelschap: taalhistoricus Ewoud Sanders wijdde precies aan deze kwestie een artikel op de achterpagina van NRC Handelsblad. Jammer genoeg is zijn bijdrage alleen voor abonnees digitaal opvraagbaar...

4 januari 2013

Down under - week 5

We arriveerden met harde wind en regen in Port Fairy en kwamen onderweg nog deze 'schoenenwinkel' tegen, gewoon langs de weg, in the middle of nowhere. Geen idee wat de bedoeling hiervan precies was, het viel ons alleen wel op dat het allemaal paren waren.

The Great Ocean Road
 Na een overnachting vlak aan zee in een fraai ingerichte cottage voor ons tweetjes met een fabeltastisch uitzicht op de oceaan, begonnen we - na een heerlijk ontbijt bij Rebecca's - aan The Great Ocean Road. We volgden het advies van onze laatste gastheer en stopten bij alle uitkijkpunten. Het uitzicht was zonder uitzondering telkens spectaculair! Vaak reden we een parkeerplaats op naast de weg en klauterden dan door de 'duinen' naar beneden en stonden oog in oog met deze prachtige door weer en wind uitgesleten rotsen... 

 
 
In de loop van de middag ging de wind liggen en klaarde het gelukkig op, maar bleken we ons toch een beetje vergist te hebben in de tijd die het kost om telkens uit te stappen... toen we dus uiteindelijk bij de Twelve Apostles aankwamen, kozen we het luchtruim om vanuit een felrode helikopter de acht overgebleven rotsen van bovenaf te kunnen bekijken.

 
Zulke vergezichten hadden we vanaf de kust natuurlijk nooit zo fraai in beeld kunnen brengen.

Later op de middag reden we het bijzonder fraaie Otway National Park in. Ter hoogte van Apollo Bay pakte ik de routebeschrijving erbij, want we zouden de heuvels in, boven het stadje, naar ons volgende overnachtingsadres. Het werd een avontuurlijke tocht, de TomTom gaf andere straatnamen dan onze routebeschrijving, de geasfalteerde weg hield op enig moment op en ging over in een 'dirt road', die alsmaar smaller werd. Links en rechts langs de weg zagen we enorm hoge bomen en op het gras langs het riviertje liepen schapen vredig te grazen. We ontdekten onder een overhangende tak nog net op tijd het bordje met de naam van onze cottages en moesten een superscherpe bocht omhoog, over een karrespoor, en dat met een gewone auto. Net toen we dachten dat we niet verder konden, kwamen we op een soort verlaten erf terecht... 

Voordat we goed en wel uit de auto waren gestapt om de weg te vragen, werden we al hartelijk verwelkomd door onze gastvrouw. We waren er bijna, nog een klein eindje omhoog  tot aan onze cottage, maar ze had al wel vast de verwarming voor ons aangezet. Jawel, we hebben het met onze gewone huurauto inderdaad ternauwernood gered, zelfs over de enorme hoge pollen gras, maar toen kwamen we ook werkelijk in een paradijsje terecht. Voor het avondeten mochten we nog een keer naar beneden, naar het dorp en gelukkig deden we dat nog bij daglicht. Later die avond hadden we de zaklantaarn nodig om de juiste 'afslag' weer te vinden. Eenmaal 'thuis' hebben we een vuurtje gemaakt in de open haard en met nostalgische muziek uit onze eigen jeugd lekker zitten relaxen. Na het ontbijt de volgende ochtend toch nog even genoten van een zonnetje op ons balkon met uitzicht...

Op naar Melbourne
Vrij snel daarna begonnen we aan deel twee van de Great Ocean Road en dit keer hadden we ook echt het gevoel dat we langs de kust reden: na iedere haarspeldbocht hadden we weer een ander prachtig uitzicht op woeste golven die onafgebroken op de kust beukten. Vlak voor we Otway National Park weer uitreden, zagen we deze jongens langs de weg in een boom. We stopten op een plek die daar niet echt geschikt voor bleek, maar de verleiding was gewoon te groot...
Na deze stop ging het via een 'gewone' snelweg richting Melbourne. We zagen de stad van verre al naderen, een heuse metropool, zo was mijn eerste indruk.  

 
Het was na al die weken rustig tuffen over 'provinciale' wegen toch wel even wennen, hoor, al dat verkeer, vijf rijen dik, al die hoge gebouwen, al die stoplichten. Wat dat betreft kun je Melbourne niet vergelijken met Cairns, Darwin en zelfs niet met Adelaide, dat zijn dan toch echt meer provinciestadjes. Ik vond het trouwens ook een vreemde gewaarwording om na al die fraaie, ruime logeeradressen opeens in een ieniemienie hotelkamer te belanden, waar we onze tassen nog net kwijt konden naast het bed. Ach, het maakte eigenlijk ook niet uit, het was lekker warm weer in de stad, dus we trokken er direct op uit. Omdat we hier maar kort zouden blijven, kozen we de (gratis) City Circle om een rondje 'oude' stad te doen.

Wat een schattig oud trammetje, we hebben er heerlijk mee rondgereden en een goede indruk van het centrum gekregen. Op zondag bezochten we Queen Victoria's Market, een bijzonder indrukwekkend complex van enorme markthallen. Jammer genoeg waren niet alle kramen bemenst, anders hadden we (letterlijk) nog een kijkje in de Australische foodkeuken kunnen nemen.
Eenmaal buiten kwamen we deze Nederlandse kraam nog tegen, uiteraard hebben we een portie poffertjes besteld en even met de Nederlandse eigenaresse gekletst. 

De rest van de dag reden we rond in alweer een gratis bus voor toeristen (wat dat betreft verdient deze stad een dikke pluim!) en we voeren een stukje over de rivier in een ons bekend voorkomend rondvaartbootje met inspirerende kapiteinse/gids. Bij elke brug moest ze de schoorsteenpijp even losschroeven en plat leggen, zo laag waren de bruggen (en reuze schoon aan de onderkant, daar kan Amsterdam nog wat van leren). Heerlijk, zo in het late middagzonnetje een beetje dobberen. Alles in de stad ademde al de Melbourne Cup, een soort Australische Ascot, paardenrennen dus. Een dag voor die belangrijke wedstrijd namen wij het vliegtuig naar Sydney... 

Sydney
We arriveerden bij ons sfeervolle hotel aan George Street en stonden meteen voor een behoorlijke uitdaging: met de lift naar de receptie en vandaar een en al trappetjes en verspringende verdiepinkjes, dus dat werd even flink sjouwen met al onze bagage. Deze hotelkamer was nog iets krapper, nog iets meer inschikken dus, maar lag wel heerlijk centraal. Sydney is een heel ander soort stad dan Melbourne, gemoedelijker zou ik zeggen. We namen een combiticket voor zo'n fraaie rode toeristenbus naar Bondi Beach, dat kleiner bleek dan ik had gedacht.
 
Uiteraard zaten we bovenin, in het open gedeelte, en hadden uitstekend uitzicht. We zochten een restaurant in Darling Harbour en belandden bij het Hard Rock Café! De volgende dag namen we de City Tour met de toeristenbus en lieten ons afzetten bij de ferries. Na enig puzzelen besloten we een dagkaart te nemen en via verschillende lijnen vanaf het water de twee overbekende highlights van deze stad te bekijken (en te fotograferen): The Harbour Bridge en The Opera House.

Ook dit gebouw leek in werkelijkheid kleiner dan ik me had voorgesteld, maar het was er niet minder indrukwekkend om!


Al met al een volle dag, eindigend met een hapje in een enorm sfeervol restaurant in Darling Harbour. Voor de laatste volle dag in Sydney hadden we een excursie naar de Blue Mountains geboekt, dus voor dag en dauw ontbijt halen bij de deli, gauw door Chinatown lopen naar het Hilton, waar we zouden worden opgepikt. Met een forse bus en een zeer bevlogen gids gingen we op pad, belandden zowaar eerst nog in een heuse file.
De parkeerplaats bij de Three Sisters stond vol touringcars, hordes Chinese toeristen uitspuwend, die zich allemaal verdrongen voor het hek om door een medereiziger te worden gefotografeerd met die rotsen op de achtergrond. Als de een klaar was, nam hij of zij het toestel over van de ander en begon het poseren opnieuw. Tussen twee van die sessies door konden wij gelukkig een plaatje schieten zonder toeschouwers. Op deze foto is trouwens ook goed te zien waarom deze heuvels Blue Mountains heten...


We daalden met een bergtreintje in een paar minuten een supersteile helling af en deden hier een board walk, waarna we met de kabelbaan weer terugkeerden naar boven. Vervolgens gingen we lunchen in Leura, een prettig en zeer pittoresk plaatsje. Onderweg terug naar de stad bezochten we nog een wildpark, waar een groot aantal exotische soorten walibi's en vogels, maar bijvoorbeeld ook Tasmanian devils en dingo's te zien waren. Eenmaal terug in de stad gingen we voor de laatste keer eten in Darling Harbour, waar manlief zijn eigen steak mocht bereiden en ik voor het laatst baramundi (vis) at. We pakten onze tassen opnieuw in, checkten alvast online in en konden ons eigenlijk maar nauwelijks voorstellen dat we de volgende middag al afscheid zouden moeten nemen van dit fantastische land met zijn relaxte sfeer, prettige mensen en overweldigende natuur!