2 december 2012

Down under week 4
Tasmanian Devil
Na ons aangename verblijf in de Adelaide Hills met zijn fraaie heuvels en uitgestrekte wijngaarden vertrokken we zondags richting National Park The Grampions, maar eerst bezochten we nog een alleraardigst park, Cleland Wildlife Park genaamd. Hier hipten diverse soorten kangeroes in relatieve vrijheid rond, mochten we met een koala op de foto (en het beestje alleen onderop zijn rug kroelen), struikelden we regelmatig bijna over een antechinus en kwamen we oog in oog te staan met een Tasmanian Devil, die gelukkig achter een muurtje verbleef.
Lorikeets
In een enorm buitenverblijf huisden verder nog een paar dingo's die zich liever schuil hielden, terwijl in een ander binnenverblijf de wombats nog diep in hun winterslaap verzonken lagen. Intussen vlogen de exotische vogels ons om de oren, kortom, we hebben hier een paar genoeglijke uurtjes doorgebracht.
We vervolgden onze route naar ons volgende overnachtingsadres, een tussenstop in Tintinara, waar we een heel huisje tot onze beschikking hadden - heel pittoresk, in the middel of nowhere, maar met een bijzonder gezellige inrichting. Het gehucht zelf stelde niet veel voor en zeker op zondagavond bleek het niet zo eenvoudig om ergens een hapje te eten, dus zochten we onze toevlucht tot een road house voor een takeaway. Ach, je moet alles een keer geprobeerd hebben nietwaar? De uurtjes voor het openhaardvuur 's avonds en de leuke tijdschriften over het leven in de Outback maakten veel goed.  
 
Bovendien bood onze landlady aan om ons de landerijen te laten zien en dat wilden we natuurlijk graag! Zo stapten we de volgende ochtend dapper in een stokoude Toyota pickup en hobbelden we over de velden, op zoek naar hun kudde schapen. Die hadden zich blijkbaar elders teruggetrokken, maar deze fraaie Angusrunderen wilden wel graag weten wie wij waren... smakelijke biefstukken in wording. Onze landlady wist veel te vertellen en liet ons tot slot nog de schuur zien waar de schapen werden geschoren. Na al deze informatie gaf ze nog een tip: als we onderweg door Bordertown reden, moesten we beslist even naar de witte kangeroes gaan kijken, die daar vrij dicht langs de weg liepen. Dat wilden we graag met eigen ogen zien, dus op naar het parkje in kwestie. De kangeroes waren inderdaad wit, maar lagen nogal lui in de zon. We hadden vooral last van een vogel die voortdurend duikvluchten op onze hoofden uitvoerde - kennelijk liepen we te dicht onder zijn nest door... 
 
Later die middag reden we Nationaal Park The Grampions in, na onderweg de nodige road trains (vrachtwagens met dubbele opleggers) en grappige verkeersborden te hebben gespot. Opnieuw een ander soort landschap, heuvelachtig en vooral heel groen, bosrijk. We arriveerden in Halls Gap, midden tussen de canyons, waar we een paar dagen in een van deze hutten verbleven. Tot ons grote plezier hipten de kangeroes hier doodleuk tot vlak voor onze deur - vanaf ons terras konden we ze uitstekend fotograferen en filmen. Pas als de sproeiers op het gras aanfloepten, aan het eind van de middag, gingen ze er met reuzensprongen vandoor...  

We hadden hier regelmatig nogal bewolkt weer, maar dat weerhield ons er niet van om fraaie wandelingen naar al even fraaie watervallen te maken. 
McKenzie Falls
Daarnaast boden de verschillende uitkijkpunten weidse blikken over het gebied, zoals bij de Balconies Lookout, of over een enorm stuwmeer, zoals bij Wartook. Onderweg kwamen we verschillende dieren in het wild tegen die je niet elke dag ziet: emoe's, rock wallaby's, een bluetongue lizard  en een echidna (een soort egel) - die hadden we de afgelopen weken nog niet eerder gezien.

Emoe's
Bluetongue Lizard
Echidna
Verder bezochten we Stawell, een stadje net buiten het Nationale Park, met maar één hoofd-/winkelstraat, zoals zoveel dorpen en steden op het platteland hier.

Na drie dagen rondtrekken door dit prachtige natuurpark in het zuiden van Australië vervolgden we onze reis richting Port Fairy, voor ons de start van de Great Ocean Road. Op naar Melbourne!  

Geen opmerkingen: