22 oktober 2012

Down under week 2
Vandaag rustdag in Alice Springs, waar we gistermiddag zijn aangekomen in Desert Palms Resort. Morgenochtend om 5.45 uur worden we opgehaald voor onze driedaagse safari naar Uluru en Kings Canyon. Hans is vanmiddag vertrokken voor een toer op de quad op een lokaal cattle station, dus heb ik mooi de tijd om mijn eigen blog bij te werken. Op http://vermaaksels.blogspot.com kunnen jullie Hans zijn weblog volgen met andere & meer foto’s.
Groene boomkikker in de junglebadkamer...
De tweede week is voorbij gevlogen. We begonnen in Darwin, waar het klammig warm aanvoelde toen we uit het vliegtuig stapten. Onze accommodatie daar bleek een prachtige hut met junglebadkamer – yeah, right, buiten dus! Het heeft wel iets, hoor, zo’n douchebeurt tussen de palmen… De eigenaren van deze B&B, Feathers Sanctuary genaamd, hebben een flink stuk grond waarop ze inheemse vogels fokken. Er liepen en vlogen diverse soorten gevleugelde vrienden rond, onder andere een Australische Bustard die regelmatig parmantig langs het buitenmuurtje (van golfplaat en manshoog) van onze junglebadkamer kwam stappen en daar met zijn snavel vervaarlijk op ging staan tikken. Wij konden er wel om lachen. Hier maakten we trouwens ook kennis met het fenomeen koffiezakje. Ja, net als een theezakje, maar dan met koffie erin. Smaakte niet verkeerd! 
Waterfront, Darwin

We bekeken de stad, die veel groter bleek dan ik had verwacht, liepen regelmatig even naar binnen bij een winkel of supermarkt om verkoeling te zoeken, gingen op jacht naar waterflessen en wat andere noodzakelijke dingen voor onze Top End Dragonfly safari en belandden aan het zogenoemde Waterfront, dat nog in aanleg bleek te zijn. Het openbare zwembad was al wel af en in gebruik, de gebouwen er omheen moesten deels nog op zoek naar huurders/winkeliers, maar we hebben er heerlijk geluncht. Het geheel deed een beetje denken aan de Esplanade in Cairns. We zaten in Cullen Bay in een zacht briesje aan het water (oceaanzijde) te mijmeren en later voor het diner aan de andere kant, bij de jachthaven. ’s Avonds terug in onze hut bleek er in onze badkamer een groene boomkikker op het muurtje te zitten… gezellig hoor, zulke huisdieren. Voor de zekerheid hielden we de deksel maar op de wc-pot.
Boulevard langs de oceaan, Darwin
Onze safari begon weliswaar onvakantieachtig vroeg, maar heeft onze verwachtingen ruimschoots overtroffen. Hoewel er maximaal 16 man in de truck/bus pasten, waren we maar met 7 personen, een gemengd Europees gezelschap van Britten, Duitsers en Nederlanders. Ja, ja, dat hebben we drie dagen erg gezellig weten te houden! Onze begeleiders hadden een onverwoestbaar goed humeur, konden erg onderhoudend en met de nodige humor vertellen en wisten ook veel over natuur en cultuur van de Aboriginals.
Florence Falls Waterhole, Litchfield NP
De eerste dag bezochten we Litchfield National Park, zwommen bij de Florence Falls en Buley Rockhole, maakten gezamenlijk een lunch klaar, waarbij Hans de chickenburgers mocht grillen op de guest BBQ (ze smaakten overheerlijk!), we reden verder naar de Mary River Park, waarvan een deel over een dirt road, dus dat was hobbelen geblazen. We zagen indrukwekkende termietenheuvels (hun koningin kan wel 50 jaar oud worden en al die tijd blijven ze maar doorbouwen) en bij Point Stuart gingen we met een boot de rivier op. We kregen uitstekende uitleg van de plaatselijke gids, aten stengels van waterlelies en zaden van diezelfde lelies, maar niemand werd onwel, we ontdekten de ene ‘freshie’ (zoetwater krokodil) na de andere ‘saltie’ (zoutwater krokodil) die veel kleurrijker bleken dan we gewend waren van dierentuinen, Krugerpark of Florida en die in de late middagzon lagen te dutten.
'Fred the Freshie'
'Sam the Saltie'
Daarbij zijn de salties agressief en gevaarlijk, maar de freshies doen je niets, zolang je maar rustig naast ze blijft zwemmen (!).
En overal deze waarschuwingsborden...
We overnachtten in een Group Camp, in bushtenten met gewone bedden en een ventilator (geen overbodige luxe, het is hier ’s nachts bijna net zo warm als overdag) en aten heerlijk pasta in de grote keukentent. Het leek net een scoutingkamp, uiteraard moest er daarna namelijk corvee worden gedaan. Eén van onze begeleiders en de gids van de boot gingen met indrukwekkende didgeridoo’s zitten musiceren, maar laat hebben we het niet gemaakt vanwege de aankondiging dat we de volgende dag om 5 uur moesten opstaan en om 6 uur alweer in de bus moesten zitten.
Zo gezegd, zo gedaan, om 5.30 uur ons ‘brekkie’ en vervolgens weer een stuk rijden, op naar Kakadu National Park. De afstanden hier zijn onvoorstelbaar en op veel wegen kun je nauwelijks harder dan 80 km per uur. We bezochten Ubirr, waar we een aantal rotstekeningen van Aboriginals bekeken, we klauterden daar ook omhoog, een wat zweterige aangelegenheid, maar zeer de moeite waard, want het uitzicht over de vlakte was fenomenaal.
Rotstekening bij Ubirr, Kakadu NP
We lunchten bij Cooinda, reden verder naar Maguk over een stuk dirt road waarbij je billen uit je broek trilden en belandden uiteindelijk bij een prachtige waterval met een even aantrekkelijke ‘plunge pool’. In de meeste van dergelijke waterholes mag je niet zwemmen vanwege het krokodillengevaar (de zoutwater krokodil rukt op vanuit zee, trekt de rivieren op en als beschermde diersoort wordt hem daarbij geen strobreed in de weg gelegd), maar sommige poelen gelden als relatief veilig. Onze gidsen lieten ons trouwens de eerste dag wel een formulier ondertekenen dat we op eigen initiatief en uit eigen vrije wil gingen zwemmen... we hebben het gelukkig allemaal overleefd. 
We maakten een groepsfoto bij een enorme termietenheuvel en zagen de zon ondergaan bij de Yellow Water Billabong, een fantastische setting. Bij terugkomst in het kamp stonden de (kangoeroe)steaks al op ons te wachten. We overnachtten opnieuw in tenten, maar nu in ‘swags’, een soort brede slaapzak van zeildoek met een (ultradun) slaapmatje erin en twee ritsen op het bovenstuk. Gewone slaapzak + kussen erin, dichtritsen & slapen maar. Alleen was het hier zo warm dat wij aan onze lakenzak voldoende hadden. We kregen een heuse ‘cane toad’ te zien – volgens mij een wereldwijde plaag zo onderhand. Bij ons heet dat beest geloof ik Amerikaanse reuzenpad. Het is een zeer giftig beest, heeft dus nauwelijks natuurlijke vijanden en vermenigvuldigt zich in rap tempo ten koste van de inheemse soorten, die door dit monster ook doodleuk worden opgegeten. Een van onze gidsen heeft de inheemse natuur daarom maar een handje geholpen door er zo’n 20 te vangen en zachtjes te laten inslapen.
Zo werden we rondgereden
We stonden nog een keer om 5 uur op, dit keer iets brakker, klapperden twee uur over een dirt road en daarna over een weggetje dat uitsluitend geschikt was voor 4WD, op weg naar de Twin Falls en de Jim Jim Falls. Nou, dat hebben we geweten. Wat een akelig smalle weg, meer een pad, met extreme bochten, diepe ‘dips’, sommige met water, en forse hobbels. Soms kwamen we gewoon los uit onze stoelen! Ik heb nog een poging gewaagd om dat te filmen, maar daar was geen beginnen aan. Bij een waterdoorgang vertelde onze gids dat we in de truck moesten blijven zitten totdat ze ons uit het water zouden takelen in het uitzonderlijke geval dat de truck om zou kieperen, want er zaten krokodillen. En dat terwijl het water maar tot net boven de wielen kwam… grapje dus.
 
Tot grote verrassing van onze gidsen stroomden de Twin Falls al, dat was uitzonderlijk vroeg in het seizoen, maar wij hadden dus geluk en konden er fraaie beelden van maken. De bedoeling was om naar de watervallen te klimmen, maar dat hielden mijn knieën niet helemaal vol, dus halverwege bleef ik in de schaduw wachten om wat energie te sparen, onderwijl genietend van het prachtige uitzicht op de watervallen. Later die ochtend zouden we namelijk bij de Jim Jim Falls ook nog een behoorlijk eind over rotsblokken moeten klauteren en dat parcours heb ik uiteindelijk voor ongeveer tweederde kunnen doen, met hulp van Hans en de gids, dat wel. Zwemmen zat er voor mij jammer genoeg toen niet meer in en afkoelen in de schaduw bleek ook een relatief begrip, alles bleef kletsnat van het zweet. Bij de Jim Jim Falls viel nog geen water naar beneden, daar heb ik dus weinig aan gemist, maar gelukkig heeft Hans wel de beelden! We reden een stuk terug over diezelfde dirt road naar onze lunchplek, waar we een maaltijd in elkaar flansten van de restjes en waar een van de gidsen voor ‘fly keeper’ moest spelen, omdat we werkelijk werden belaagd door bijzonder hinderlijke vliegen die recht in je gezicht vlogen, meestal gericht op je ogen en/of mond. Bovendien deden ze een aanval op al ons eten, dus zelfs als je een hapje van je brood nam moest je oppassen dat er niet per ongeluk een vlieg mee naar binnen ging. Een laatste afwas, een laatste keer flessen water bijvullen en dan vier uur terugrijden naar Darwin in een truck waarvan de airco was uitgevallen… ’s Avonds ter afsluiting nog gezellig met de groep gegeten in Darwin, onder luide discoklanken, want het was zaterdagavond, dus feest in de stad! Wij keerden terug naar Feathers Sanctuary en vonden onze hut zoals we hem hadden achtergelaten. Wat kun je dan genieten van een gewoon bed & een jungledouche! Na een lange nacht bijslapen op ons gemak ontbeten, afscheid genomen van onze landlord en -lady en op naar het vliegveld voor de vlucht naar Alice Springs. Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen: