15 oktober 2012


Down under - Week 1
Ongelofelijk, maar we zijn intussen al een week onderweg! Wat lijkt het lang geleden dat onze koters ons wegbrachten en uitgebreid door de douane zwaaiden… Zondag 7 oktober vertrokken we om 14 uur vanaf Schiphol met Cathay Pacific naar Hongkong, waar we maandagochtend om 6.45 uur plaatselijke tijd arriveerden. De rij voor de douane leek lang, maar slonk al snel, zodat we ons rond 8 uur met stempel in het paspoort konden melden bij de receptie van het Regal Airport hotel. Daar waren ze nog niet helemaal wakker, want we konden pas vanaf 9 uur inchecken. Na een hazenslaapje en een frisse douche togen we op pad naar The Peak. 
 
Het openbaar vervoer naar Hongkong Island vonden we indrukwekkend – in een vloek en een zucht stonden we alweer buiten in de klamme warmte. Voor een vertaalster is het natuurlijk wel even slikken als je niets van de vreemde taal verstaat, maar bovendien niets kunt lezen…
Het trammetje naar de Peak vonden we desondanks zonder al te veel problemen. Eenmaal op weg bleek het traject zo steil dat het net leek of de wolkenkrabbers dwars op de berg stonden. Eenmaal boven was het uitzicht op de skyline inderdaad adembenemend. Jammer genoeg bleef het een beetje heiig, waardoor we niet veel verder dan de overkant konden kijken. Met de Star Ferry staken we vervolgens over naar Kowloon. Daar hebben we uitgebreid rondgelopen en aan het eind van de middag nog een bezoekje gebracht aan de volgens de reisgids ‘sfeervolle’ markt in Temple Street – die ons een beetje tegenviel vanwege de grote hoeveelheden prullaria. Na een snelle hap met de snelle trein terug naar het vliegveld, wachten op de avondvlucht naar Cairns. We hadden geluk, kregen een upgrade en mochten business class vliegen. Heerlijk languit kunnen liggen slapen na zo’n hele dag sjouwen door Hongkong! 
Dinsdag 9 oktober arriveerden we ’s morgens vroeg in zonnig en warm Cairns. Onze bagage kwam vlot van de band en na een uitgebreide ‘biosecurity’ check door de plaatselijke hondenbrigade gingen we op zoek naar de balie van de autoverhuur. Toen we die van ons eenmaal hadden ingeladen kon wat ons betreft het avontuur pas goed beginnen. Cairns is echt tropisch (warm), maar toch ook heel groen – het landschap deed me in eerste instantie een beetje denken aan Mauritius. Waar ben je in Australië zonder hoofddeksel, dus een originele Aussie-hoed (met insectennet) gescoord en vervolgens de Captain Cook Highway opgezocht naar Port Douglas, waar we de eerste paar dagen logeren. Onze onvolprezen TomTom wees ons uitstekend de weg en al snel hadden we onze accommodatie gevonden. Port Douglas bleek een uitermate charmant stadje, geheel in tropische stijl. Hier zouden we het wel een paar dagen uithouden! Onze eerste kennismaking met een Aussie-restaurant – Rattle & Hum – leerde ons dat we ons eten zelf aan de balie moesten bestellen & betalen en mochten komen afhalen als onze pieper afging. Dat was even wennen, maar het eten smaakte er niks minder om.
De rest van de week vloog om, met een uitgebreid ‘brekkie’ bij Fresc (tip van onze gastheer), het pittoreske stadje verkennen en verzeild raken bij een galerie en daar een fraaie reproductie scoren (met foto en handtekening van de kunstenaar). We voeren mee met de Lady Douglas, een prachtige oude raderboot (die schoepen deden het ook nog) op een river cruise onder leiding van schipper Jenny en zagen zowaar één krokodil zwemmen.
 


We gingen op excursie met Poseidon: snorkelen en duiken op het Great Barrier Reef, maar dan op het outer reef, helemaal buitengaats dus. Volgens de crew was dit ‘a perfect day for snorkling’: blauwe lucht, stralende zon, licht briesje, weinig golven. Ze bleken volledig gelijk te hebben. Het snorkelen zelf was in een woord superformiweldigeindefantakolossachtig! Alsof je in een documentaire van National Geographic Channel mee mag zwemmen. Het ziet er onder water echt zo uit als op alle foto’s en ansichtkaarten. Een onvergetelijke ervaring met een venijnig staartje: natuurlijk zit je op volle zee pal in de zon, natuurlijk smeer je je goed in met een hoge factor, maar wie denkt er nu aan dat juist je bovenbenen aan de achterkant maximaal zon vangen…? Nou, dat heb ik dus geweten!
 
We stonden een keer vroeg op om naar Freshwater Station te rijden, waar we de Kuranda Scenic Railway naar het pittoreske dorpje Kuranda namen. Een memorabele tocht, zuchtend en steunend, kreunend, stampend en fluitend zocht de felgekleurde lok met alle rijtuigen zijn weg omhoog. Het uitzicht onderweg was zeer de moeite waard. Het dorpje zelf bleek nogal toeristisch, vooral veel eettentjes en souvenirwinkeltjes, maar ook een paar interessante kunstgaleries. We deden nog een rondje door Birdworld, waar we veel inheemse vogelsoorten van dichtbij konden zien en meemaken. De terugweg ging per Skyrail, een cabinelift die op zonne-energie werkt en waarmee we boven de toppen van het regenwoud zweefden. Na afloop besloten we nog een rondje Cairns te doen. Op de Esplanade was het een vrolijke drukte van belang. Cairns ligt weliswaar aan de kust, maar moet het stellen zonder fraaie zandstranden. Dat hebben ze opgelost met een brede boulevard met een openbaar openluchtzwembad en een groot park, waar je prima kunt recreëren. Aan het eind van dat park werd bijvoorbeeld een openbare zumbales gegeven en iedereen deed gezellig mee! We aten nog een hapje tussen de vele jongelui op een terras – wat dat betreft is Cairns duidelijk een ‘grote’ stad vergeleken met Port Douglas – en struinden nog wat door de ‘night market’, waar we onze ogen uitkeken bij alle Thaise, Chinese en andere Aziatische kraampjes met hun specifieke aanbod (tot en met massages achter een vaag wit laken toe…).

 
Zaterdagochtend namen we afscheid van onze landlord in Port Douglas en begonnen aan onze tocht noordwaarts, eindigend in Cape Tribulation. Onderweg hebben we twee keer een fraaie boardwalk in het Daintree National Park gemaakt. Indrukwekkend regenwoud, waarbij de eerste, de Jindalba Boardwalk, vooral ‘droog’ gebied bleek te zijn en de tweede, de Marrdja Boardwalk, afwisselend droog gebied en ‘swamp’ met mangrovebomen. Bij die laatste boardwalk vond ik de uitleg over het ontstaan van mangrovebomen erg interessant. Tussen de bedrijven door maakten we in Daintree Village nog een boottocht over de rivier, maar ook hier hielden de krokodillen zich liever schuil. Met het pontje bij Daintree de rivier over, nog een korte stop bij Thornton Beach en toen op zoek naar het Cape Trib Beach House. Op enig moment hield de geasfalteerde weg op en kwamen we op een soort dirt road terecht. TomTom kon het allemaal niet meer bijhouden, onze kaart was helaas niet gedetailleerd genoeg, dus reden we op de bonnefooi maar verder. Letterlijk ‘in the middle of nowhere’ vonden we het verlossende bord en wisten dat we goed zaten. Onze beach hut was tamelijk Spartaans qua inrichting – het leek een beetje op kamperen – maar wel heel idyllisch gelegen. We zaten feitelijk in een AYH (Australian Youth Hostel), een leuke afwisseling. In de ‘huiskamer’ werd gezellig gescrabbeld, gekletst en geborreld, maar je kon er bijvoorbeeld ook eten. Op het strand ontdekten we een bijzondere vorm van aboriginal art… zandkrabbetjes at work.


Geen bereik voor de mobiele telefoon, wel wifi (!), heerlijk gegeten en lekker geslapen totdat een of andere maffe vogel midden in de nacht zijn snavel opendeed en uitgebreid begon te kwaken. We weten niet welk ‘merk’ het was, maar lawaai maken kon hij voor tien.

Een dag later vertrokken we alweer vanuit Cape Tribulation naar Lake Eacham, een meer in een oude vulkaankrater in de Tablelands. Ook hier zitten we in een cottage midden tussen de regenwoudreuzen, maar dan in een luxe variant vergeleken met gisteren. Terwijl ik dit blog schrijf, ligt de videocamera onder handbereik om allerlei vogels te kunnen filmen die komen badderen in de drinkbak op ons terras. Onze landlord adviseerde ons om ook wat fruit neer te leggen en dat heeft in een paar uur tijd al de nodige foto’s en filmmateriaal opgeleverd van fraaie gevederde vriendjes! Als je hier stil blijft zitten, komen de dieren inderdaad vanzelf langs – zo zagen we al een mini-wallaby, een echtpaar ‘brush turkey’  en een Antechinus, een inheems roodbruin diertje ter grootte van een muskusrat, pijlsnel, maar erg schuw, dus daar hebben we nog geen beelden van. Een perfecte plek om even te ontspannen en alle indrukken te verwerken van deze eerste week!’s Avonds kunnen we bovendien genieten van een knapperig, zelfgestookt haardvuurtje… wat wil een mens nog meer? Onderweg hierheen brachten we ook nog een bezoekje aan de Mossman Gorge, een boardwalk die wordt beheerd door een aboriginal community. Erg indrukwekkend, vooral omdat de Mossman River er zo prachtig doorheen stroomt. 
 
Via de stadjes Maleeba en Atherton kwamen we uiteindelijk bij Lake Eacham. Weer geen gsm-bereik in onze cottage, maar gelukkig wel in het nabijgelegen historische stadje Yngaburra, waar we onze eerste avondmaaltijd in de plaatselijke pub aten. Na een dagje rust vertrekken we dinsdag weer richting Cairns, om daarvandaan ’s avonds door te vliegen naar Darwin. Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen: