20 april 2007

Notuleren: een boeiende tak van sport!
Deze week heb ik voor het eerst dit jaar weer een bijeenkomst mogen notuleren. Secretaresses hebben meestal een hekel aan notuleren, omdat ze het saai en vervelend vinden. Ik niet, maar dat komt misschien omdat ik het eigenlijk nogal vind lijken op consecutief tolken. Dat laatste heb ik in mijn opleiding aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen weliswaar geleerd en het examenonderdeel zelfs met succes afgesloten, maar het examen bestond daarnaast uit simultaan tolken en daarin bleek ik helaas iets minder succesvol. Nadat we met de studenten van de tolkklas een keer in Brussel achter de schermen bij de – toen nog – Europese Gemeenschap hadden gekeken, wist ik genoeg. Het leek mij absoluut niet aantrekkelijk om uren door te brengen in een benauwd hokje met een of twee collega’s, al tolkend over tamelijk saaie onderwerpen van een onderafdeling van een subcommissie of zoiets, terwijl de geachte afgevaardigden van de werkgroep achteroverleunend in hun stoel hun krantje zaten te lezen, waarbij hun koptelefoon op half zeven hing. Destijds heb ik me al afgevraagd voor wie al die tolken al dat werk zaten te doen. Ik kreeg namelijk sterk de indruk dat de geachte afgevaardigden het Engels, Frans of Duits voldoende machtig waren om de bijdrage van de sprekers te begrijpen en dus helemaal niet zaten te wachten op een getrouwe weergave in het Nederlands. Maar dat kwam misschien ook wel omdat ze de vertaling van het stuk al hadden gelezen.
Mijn hart bleek toch meer bij vertalen te liggen en dat ben ik na mijn studie dan ook met bijzonder veel plezier gaan doen. Vele jaren later kwamen daar notuleeropdrachten bij en zo maak ik af en toe graag een nostalgisch uitstapje naar 'consecutief tolken', maar dan in mijn moedertaal. Ik vind dat, ter afwisseling van het goochelen met twee talen, leuk om te doen. Verder bof ik met het soort bijeenkomsten waarvoor ik word ingezet, zoals CAO-onderhandelingen of algemene vergaderingen. Een bijkomend voordeel vind ik de verandering van omgeving: in plaats van mijn vertrouwde stekkie op zolder met fabeltastisch uitzicht kom ik bij bedrijven over de vloer met steeds een geheel eigen bedrijfscultuur. Dit keer zal het traject een paar weken duren, vermoed ik, gezien de aard van het onderwerp. Dat betekent een dagje op locatie werken en vervolgens thuis aan de slag met een berg papier. Die berg veroorzaak ik overigens zelf: ik schrijf mijn aantekeningen namelijk nog heel ouderwets met vulpen op papier. De eerste keer dat ik kwam notuleren werd er belangstellend geïnformeerd of ik een aansluiting nodig had voor mijn laptop. Nee, dank u. Ik heb (nog steeds) geen laptop. Tijdens vergaderingen of bijeenkomsten vind ik pen en papier de prettigste manier van werken, want daardoor kan ik me beter concentreren op het luisteren naar de discussie. Als ik een laptop zou moeten gebruiken, zou ik al gauw worden afgeleid door scherm en knoppen en mocht het ding plotseling vreemde kuren gaan vertonen, zou ik bang zijn dat ik al mijn aantekeningen in een klap kwijt ben. Bij het schrijven hoef ik alleen maar een reservepen klaar te leggen, voor het geval … de vulling van mijn vulpen leeg is.

Geen opmerkingen: