30 maart 2007

Al doende leert men!
Nieuwsgierig geworden na het artikel over 'serious games' in HP/De Tijd, waarover ik vorige week al een blogje schreef, heb ik deze week de website van Greenpeace opgezocht en zelf het spel Ecoquest (http://activism.greenpeace.org/eco_quest/) maar eens uitgetest. Viel dat even vies tegen! Er bleek aardig wat behendigheid nodig om de babyolifantjes überhaupt te pakken te krijgen. Zo werd ik meteen al uit de lucht geschoten door de helikopters van de stropers - twee levens kwijt. Mijn derde leven verloor ik omdat ik niet op tijd had getankt ... het was mij toen nog niet duidelijk hoe/waar ik dat moest doen. Game over! Ik kreeg meteen grote bewondering voor de schrijfster van dat artikel, want zij was er immers in geslaagd alle 9 olifantjes over het hek te hijsen en in veiligheid te brengen. Niet getreurd, al doende leert men, dus ik ging dapper door met spelen om te ontdekken dat je inderdaad blijft proberen je eigen score te verbeteren (of, in mijn geval, überhaupt een score op het scherm te krijgen). Toen het me eindelijk een keer was gelukt om alle stropers op de heenweg te omzeilen en een olifantje op te hijsen, knalde ik op de terugweg alsnog tegen vijandelijke terreinwagens en helikopters ... daarmee verloor ik niet alleen het babyolifantje, maar ook mijn 'eigen' helikopter. Hoe frustrerend! Ik moet hierin duidelijk nog enige handigheid ontwikkelen, een kwestie van regelmatig oefenen dus en dan krijg ik de smaak vast goed te pakken!
Een beetje vreemd vond ik het trouwens wel dat het zo moeizaam ging, want de meeste computerspelletjes die ik graag doe zijn nu juist zulke behendigheidsspellen: Tetris, Zuma, Golddigger, Froggy (een grappig spel dat ik vroeger in de vakantie nog wel eens op de Gameboy Color van mijn kinderen mocht doen) en niet te vergeten: Snake, op mijn mobieltje. Helaas heeft m'n oude Nokia me na 3 jaar redelijk intensief gebruik in de steek gelaten en moest ik op zoek naar een nieuwe. Merktrouw als ik ben, heb ik weer een Nokia uitgezocht, omdat die volgens mij nog steeds het gebruikersvriendelijkste menu heeft (vergelijkingsmateriaal bij onze tieners met hun toestellen van Samsung en Siemens was ruimschoots voorhanden), maar Snake zit daar niet meer op. Tja, tijden veranderen. De Gameboy Color is vervangen door de Gameboy Advance (al dan niet SP) en of Froggy nog bestaat, weet ik eigenlijk niet. De nieuwste loten aan deze stam zijn de PSP en de DS: zoals jullie zien, heb ik me intussen ook verdiept in dit soort handige apparaten, tenslotte moeten ouders met hun tijd meegaan, nietwaar? Binnenkort krijg ik vast commentaar van onze tieners, als ik al gamend achter mijn pc wordt aangetroffen of, nog erger, zelf met een Nintendo DS ga Mariokarten .... ze zijn dus gewaarschuwd!

26 maart 2007

Hockeyverrassingen
Zaterdagochtend moesten we al vroeg uit de veren om nog voor het hockeyen van de koters de wekelijkse boodschappen te kunnen doen. Wie had kunnen bevroeden welke verrassing deze dag, die grijs en koud begon, nog voor ons in petto had? De mannen van B2 en de meiden van C3 – de twee elftallen waarin mijn kinderen spelen – verzamelden tegelijk en speelden ook op dezelfde tijd hun wedstrijd, de een in Hilversum, de ander in Zeist. Dit keer ging ik met de meiden mee als invalcoach. Het was even spannend geweest of we wel met elf dames zouden kunnen vertrekken, vanwege een geblesseerde medespeelster en twee feestbeesten met een (trouw)partijtje elders, maar gelukkig hadden we twee invalsters en zij stonden hun mannetje (vrouwtje?)! Geen gezeur over kleding dit keer, wat een opluchting. Onze geblesseerde ging gezellig mee op haar krukken om haar teamgenoten te steunen. Het werd een leuke wedstrijd daar in Zeist, want beide teams waren goed aan elkaar gewaagd en we zagen fraaie acties. Onze meiden hadden veel kansen, maar schoten dan in de cirkel net naast het doel of recht in de klompen van de keepster en onze verdediging wist vele aanvallen van de tegenpartij af te slaan. Jammer genoeg rolden er door een paar ongelukkige slordigheden toch twee ballen langs onze keepster het doel in. De begeleiding langs de lijn had niets te klagen, want na enkele dappere pogingen brak de zon volop door en werd het aangenaam vertoeven naast het veld.

Na thuiskomst duurde het niet lang of ook zoonlief stond voor de deur met zijn keeperstas en de tas met shirtjes (zijn team wordt gesponsord – zie foto - en een teambegeleidster kan de was doen). De buurman en vader van een teamgenoot had hem even thuis afgezet. Zoonlief stapte naar binnen met de gevleugelde woorden: “Nou, het was weer eens zo’n wedstrijd”. Zijn team is er dit seizoen helaas nog niet in geslaagd om een wedstrijd te winnen. Er zit weliswaar verbetering in het spel en de resultaten – tegenwoordig worden ze niet meer met 10-0 in de pan gehakt – maar toch. Vanaf de stoep klonk het: “Ja, 4-1, hè!” Net op het moment dat ik wilde gaan zeggen dat dat nog wel meeviel, voegde de buurman eraan toe: gewonnen, hoor. Ik moet wel heel verbaasd hebben gekeken, want hij herhaalde het, de buurjongen deed er nog een schepje bovenop … ik draaide me om naar mijn zoon, die in de gang breed stond te grijnzen. Het was dus echt waar! Wat een geweldige prestatie! En wat jammer nou dat ik juist deze wedstrijd niet zelf heb gezien, vooral omdat ik ze in het begin van het seizoen, toen er nog geen coach was en ze in een veel te hoge poule waren ingedeeld, elke week weer moed heb ingepraat om ze gemotiveerd te houden. Een betere motivatie dan zo’n overwinning kun je je als teambegeleidster toch niet wensen?

23 maart 2007

Multifunctionele computerspellen toekomstmuziek?(2)
Onder deze titel schreef ik op 29 januari jl. een blog waarin ik opperde dat we de hedendaagse jeugd via multifunctionele computerspellen meer leerstof zouden kunnen aanbieden. Kennisoverdracht via internet, in fatsoenlijk Nederlands uiteraard, op een manier die de jeugd aanspreekt. Ik eindigde mijn bijdrage met de opmerking dat die spellen dan natuurlijk wel spannend moesten zijn. Hoezo een vooruitziende blik? Deze week word ik op mijn wenken bediend, want HP/De Tijd besteedt in een artikel aandacht aan games met een boodschap. Er worden enkele voorbeelden gepresenteerd van dergelijke computerspellen: zo kun je in het spel "Food Force" van de VN de wereld(bevolking) redden en zie je en passant ook wat er gebeurt als je de voedselpakketten niet op tijd aflevert. Het Voedingscentrum kiest op zijn website voor kennisoverdracht via het spel "Vic de Vitaminevreter". Je moet eerst een berg wortels (vitamine A) wegwerken voordat je bij het volgende level komt, namelijk, je raadt het al: vitamine B. Om dat level uit te spelen moet je wel 5(!) speklapjes eten - lijkt me een vreemd voorbeeld, juist vanwege de recente "Let op Vet"-campagne van datzelfde Voedingscentrum. Op de website van Greenpeace vind je "Eco Quest", waarmee je o.a. babyolifantjes in een Afrikaans reservaat kunt plaatsen (nu maar hopen dat het Krugerpark in Zuid-Afrika niet model heeft gestaan, daar bedreigt het enorme overschot aan olifanten andere diersoorten immers in hun bestaan). De serieuzere computerspellen zijn sterk in opmars en bedrijven maken er graag gebruik van. Werk aan de winkel dus voor ontwerpers en vormgevers! Bij dit soort spellen wordt vaak een ijzersterke wet uit de filmindustrie toegepast: aandacht trekken en vasthouden door de goedzakken tegen de slechteriken uit te spelen. Zo zorg je ervoor dat de speler zich kan identificeren met de goedzak en dat nodigt hem of haar dan weer uit tot doorspelen. Succes is bovendien verzekerd als je daarbij kunt streven naar een topscore. Zolang je die niet hebt gehaald, blijf je immers proberen om bovenaan de lijst te komen.
Nu het onderwijs nog! Serieuze games heb ik nog niet gevonden, maar er is wel een bescheiden begin gemaakt met gestructureerd gebruik van internet, zo ontdekte ik onlangs. Het begrip WebQuest is uit Amerika komen overwaaien en vindt ook in Nederland langzaam maar zeker aanhangers. Via zo'n webquest kunnen leerlingen met gerichte hulp van internet aan de slag om een bepaald vraagstuk op te lossen, onderzoek te doen of bepaalde vaardigheden te ontwikkelen. Een mooi voorbeeld uit mijn eigen vakgebied vond ik de opdracht om een klachtenbrief in het Duits te schrijven naar de eigenaar van een hotel in Duitsland, bedoeld voor leerlingen in het MBO. Compleet met verwijzingen naar Duitse websites en een handleiding waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe leerlingen zoiets het beste kunnen aanpakken. Leerkrachten vinden in een apart onderdeel niet alleen uitleg over de manier waarop het eindresultaat kan/moet worden beoordeeld, maar ook bruikbare tips om dergelijke opdrachten te begeleiden. Mocht je over dit interessante onderwerp meer willen weten, surf dan naar de Nederlandse website (http://webquest.kennisnet.nl/nederland). Over deze WebQuests gaan we ongetwijfeld nog meer horen!

16 maart 2007

Streetwise?
Wie kent hem niet: Supermario staat immers zo ongeveer symbool voor spelletjes op de pc, de Xbox (al of niet 360), de PS2, Gamecube, Gameboy enzovoort (ik vergeet er vast een paar en gelukkig staat dat hele assortiment hier niet in huis, dan kwam er namelijk geen enkele tiener meer achter die schermpjes vandaan). Fans van Supermario hebben we hier wel in huis en zij leveren regelmatig een felle strijd om de eer. De spelcomputers en hun 'software' zijn bijzonder populair bij de hedendaagse jeugd. Daarom vind ik het van groot belang dat jongeren over fatsoenlijk Nederlandstalig spelmateriaal kunnen beschikken - wie weet krijgen onze scholieren dan spelenderwijs meer gevoel voor hun moedertaal. Als ik daar mijn steentje aan kan bijdragen, doe ik dat uiteraard graag! Die kans kreeg ik deze week toen een bedrijf dat vertalingen verzorgt voor films, televisie, DVD's en computerspellen me benaderde met het verzoek om een proefvertaling te maken. De meeste stukken tekst vormden geen probleem, maar bij een lijstje met Engelse uitdrukkingen fronste ik toch even de wenkbrauwen. Lang leve het internet, want zo toverde ik al snel een aantal woordenlijsten tevoorschijn waarop veel populaire uitdrukkingen 'van de straat' terug te vinden waren. Toch schrok ik eerlijk gezegd een beetje van de vele dubbelzinnige betekenissen van een aantal van die uitdrukkingen. Enerzijds vroeg ik me af of ik series waarin dergelijke taal wordt gebezigd wel wil vertalen. Anderzijds vond ik het toch ook een uitdaging om een goed Nederlands equivalent te vinden ... zoveel ervaring met 'straattaal' heb ik namelijk niet.
Van tevoren had ik bij dit bedrijf al aangegeven dat mijn voorkeur uitging naar het vertalen van computerspellen en van documentaires, maar de proefvertaling bleek ook het onderdeel ondertiteling te bevatten en dat is voor mij een geheel nieuwe tak van sport. Ik ontdekte al snel dat het geen gemakkelijke opgave was. Je moet namelijk zowel de betekenis als het stijlniveau in de gaten houden, maar bovendien rekening houden met de lengte van je vertaling. Ik kreeg gaandeweg steeds meer ontzag voor al die collega's die de ondertiteling van onze televisieprogramma's verzorgen! Want geloof me, met 37 karakters inclusief spaties kun je maar een heel klein stukje tekst maken (zo lang als dit cursieve zinnetje), dus je moet niet alleen kundig vertalen, maar ook nog eens goed kunnen samenvatten. Het leek mij het handigst om de zinnen eerst 'gewoon' te vertalen en er daarna mee te gaan knutselen. Heerlijk, zo spelen met taal. Ik ging op zoek naar creatieve oplossingen, passen en meten met spreekwoorden en uitdrukkingen, kortom, het was voor mij genieten geblazen na de hele serie jaarverslagen die ik onlangs heb vertaald. En dat is nu precies wat ik in mijn beroep zo ontzettend leuk vind: die afwisseling.

9 maart 2007

De Taalkaart
Trouwe fans hebben vast de vertaalkreukel van de maand al gelezen, onderaan deze site. Arme schapen, als ze dan geen vijf poten hebben, worden ze zonder pardon voor andere (taal)zaken ingezet: wie kent 't fokschaap niet, de moderne variant van 't kofschip, zoals mijn generatiegenoten op de lagere school leerden? Vroeger kon je met dit ezelsbruggetje alle werkwoorden vervoegen. Dankzij de eindeloze oefeningen tijdens diezelfde lagere schoolperiode weten wij ook nu nog feilloos wanneer een werkwoord op 't' of 'dt' eindigt en bovendien of het voltooid deelwoord met een 'd' of een 't' wordt geschreven. Tegenwoordig zijn bepaalde Engelse werkwoorden in het Nederlands zodanig ingeburgerd dat 't fokschaap en 't kofschip dringend aan een 'update' toe waren. Heel herkenbaar, want ik heb zelf ook wel zitten worstelen met de vervoeging van bijvoorbeeld het werkwoord 'faxen' in het Nederlands. Dat faxapparaten hun langste tijd misschien al hebben gehad, laat ik dan voor het gemak maar even buiten beschouwing.
In het blad "De Talen" (het tijdschrift voor iedereen met interesse in talen en vertalen) stond het bericht dat er onlangs een heuse Taalkaart (zie www.taalkaart.nl) op de markt is gebracht. Dit geplastificeerde hulpje maakt een einde aan alle 'd'/'t'-verwarring, want het bevat de regels van 't ex-kofschip (ja, echt waar, kijk maar op hun website). Kennelijk is het gelukt om deze ingewikkelde regels kort en bondig te formuleren, want de kaart heeft de vorm van een creditcard en kan op verzoek bovendien worden bedrukt met het logo van de school, de opleiding of het bedrijf. Zou het een handig marketinginstrument zijn of moeten scholen nu naarstig op zoek naar een hoofdsponsor? Volgens de bedenkers bestaat de doelgroep uit leerlingen vanaf groep 7 basisschool tot en met studenten, maar zouden ook journalisten, tekstschrijvers en copywriters veel plezier van deze taalkaart kunnen hebben. In dat rijtje ontbraken vertalers .... die hebben zo'n ezelsbruggetje blijkbaar niet nodig.

4 maart 2007

The Tap Dogs!
Soms word ik door mijn levensgezel Hans enorm verrast: zo had hij voor gisteravond kaartjes geregeld voor een voorstelling. Het bleek een optreden te zijn van de Tap Dogs in het oude Luxortheater in Rotterdam. Wat een wervelende show! De choreografie was fraai geïntegreerd in het decor en er werd bijzonder creatief gespeeld met licht- en geluideffecten. Toch dwongen de zes tapdansende mannen zelf het meeste respect af: wat een humor en wat een waanzinnige techniek! We hebben genoten van hun show, maar regelmatig ook dubbel gelegen van het lachen, vooral toen ze in een bak met water gingen staan dansen. Aan de mensen op de voorste rij werd een plastic cape uitgedeeld, zodat ze niet al te nat zouden worden. Het leek wel een 'soak zone' zoals we die voor het eerst meemaakten tijdens ons bezoek aan Seaworld in Californië. De mannen zijn afkomstig uit Australië en blijken al zo'n tien jaar aan de weg te timmeren, getuige de omschrijving van de voorstelling:

Wervelend dansspektakel met verleidelijke machomannen uit Australië
Begonnen in de Australische staalstad Newcastle stampen de Tap Dogs al meer dan tien jaar over de wereld. Onder leiding van choreograaf Dein Perry combineren zes stoere machotapdansers de brute kracht van de staalarbeider met de sierlijkheid en de precisie van de tapdans. Het enorme tempo, de stevige live muziek en de charmes van de dansers zorgen in alle wereldsteden voor een uitzinnige stemming in de zaal.

Helaas treden ze vandaag alweer voor het laatst op in Rotterdam, maar hun toernee is nog niet voorbij, dus mochten jullie in de gelegenheid zijn om elders te gaan kijken, surf dan even naar hun website: www.tapdogs.co.uk. Daar vind je niet alleen de data en plaatsen voor 2007 maar ook meer informatie over de groep zelf en hun zeer speciale schoeisel!

2 maart 2007

Maart roert zijn staart!
Maart begon gisteren zo fraai met een zonnetje, vanmorgen was het weer helemaal omgeslagen met zware regenbuien en onweer, maar sinds een paar uur schijnt de zon weer volop in zo’n typisch Hollandse wolkenlucht. Na alle nattigheid van de afgelopen dagen ervaar ik dit weer als een verademing. Ondanks de regen ben ik vorig weekend mijn slag gaan slaan in het tuincentrum. Ik vond het hoog tijd voor een paar vrolijke kleurencombinaties in de tuin! Gelukkig bood het tuincentrum ruime keus in viooltjes.
Nu giert alleen de wind nog rond het huis. Kennelijk heeft dit natuurgeweld inspirerend gewerkt, want vandaag heb ik als een soort wervelwind heel wat administratieve klussen weten te klaren. Eerst heb ik op mijn gemak facturen gemaakt en de bijbehorende vertalingen gearchiveerd. Daarna ben ik aan de slag gegaan voor de accountant: de jaaroverzichten van bank- en beleggingsrekeningen zijn binnen, dus die konden worden gevoegd bij de financiële administratie en daarmee is die ordner dan ook weer bijna compleet. Een dezer dagen kan ik de accountant dus gaan verblijden met al deze stukken - ieder zo zijn vak!
De afgelopen twee weken heb ik veel tijd besteed aan een aantal grote vertaalprojecten, dus alles wat TNT Post door de brievenbus duwde, legde ik meteen netjes apart. De enveloppen namen de vorm aan van stapeltjes die op onverklaarbare wijze maar bleven groeien. Meestal zijn weekenden uitermate geschikt voor achterstallige administratie, maar ja, als je zaterdag en zondag gebruikt als verlengde werkweek, blijven stapeltjes post gek genoeg het langst liggen. Nadat ik deze week alle vertaalprojecten had ingeleverd, kwam er eindelijk ruimte in de agenda om de stapeltjes onder handen te nemen. Hoewel archiveren niet bepaald mijn grootste hobby is, heb ik ze in rap tempo weten weg te werken. Het leek net of ik besmet was met een soort voorjaarsschoonmaakvirus, want nadat de stapels op mijn bureau tot aanvaardbare hoogte waren geslonken, heb ik me meteen op de enorme stapel vakliteratuur gestort. Ook die verdween als sneeuw voor de zon: de doos met oud papier zit boordevol. De leden van de plaatselijke korfbalvereniging zullen vast blij zijn met onze oogst, als ze volgende week oud papier komen ophalen! Een vraag hield me trouwens wel bezig, zo tijdens het opruimen: zouden alleen vrouwlijke collega's last hebben van dit soort schoonmaakvirussen of kunnen ook manlijke collega’s daarmee besmet raken? Hoe dan ook, mij geeft deze opruimactie veel voldoening. Mijn bureau is nu zo goed als leeg en een beter begin van een vrij weekend kan ik niet verzinnen!