23 februari 2007

De Thuiskomst
Deze week heb ik het boek van Anna Enquist bijna in één adem uitgelezen. Tussen de bedrijven door moest er uiteraard ook nog gewerkt worden, anders had ik dagen achter elkaar zitten lezen. Nu bleef het beperkt tot de avonden ...
Razend knap zoals Enquist het leven, maar vooral ook de gevoelens van Elizabeth, vrouw van Captain James Cook, heeft beschreven. Dat waren nog eens barre tijden, in de 18e eeuw. Als zeevaarder en ontdekkingsreiziger was Cook regelmatig een paar jaar van huis - elke keer als Elizabeth afscheid nam van haar man wist ze niet of ze hem in levende lijve terug zou zien. Ze stond er helemaal alleen voor als ze moest bevallen en ze heeft al haar kinderen (en haar man) uiteindelijk overleefd. Een mens zou moedeloos, ja misschien zelfs wel levensmoe worden van zoveel verdriet. Enquist kruipt als het ware in de huid van Elizabeth en weet telkens de juiste bewoording te vinden om al die verwarrende gevoelens te beschrijven, zonder dat het ergens klef of melodramatisch wordt. Indrukwekkend vond ik de wijze waarop Elizabeth over haar eigen leven en huwelijk dacht en hoe lastig het voor haar en haar man was om elke keer hun gezamenlijke leventje van alle dag weer op te pakken als Cook thuis kwam. Maar ook hoe weinig ze begreep van zijn drijfveren om telkens toch weer die loopplank op te gaan ... en hoe hij haar dat uiteindelijk zelf probeerde uit te leggen. Cook hield er als kapitein voor die tijd trouwens nogal vooruitstrevende ideeën op na over de gezondheid van zijn bemanning (geen scheurbuik aan boord - dat was destijds vrij uitzonderlijk), maar ook over zijn ontmoetingen met inheemse bevolking. Zijn openhartige beschrijvingen vielen in de preutse samenleving van het 18e eeuwse Engeland niet altijd in goede aarde. Anna Enquist heeft zijn leven eigenlijk vanuit het perspectief van zijn vrouw Elizabeth verteld. Ze is erin geslaagd om beide levens op bijzonder boeiende en meeslepende wijze te beschrijven. Lezen dus, dat boek! Het is absoluut de moeite waard.

22 februari 2007

Als de lente komt ...
Vanmorgen werd ik gewekt door het gekwetter en getjilp van vogels. Als dat geen voorbode van de lente is? In de tuin lopen de struiken alweer uit en ook de bollen steken hun stelen al een eind de lucht in. Geen wonder, want echt strenge vorst of pakken sneeuw hebben we deze winter bepaald niet gehad. Storm en regen des te meer. Gistermiddag dacht ik even gauw tussen twee buien door boodschappen te kunnen doen (ja, inderdaad, op de fiets). Je raadt het al: ik was nog niet buiten of het begon alweer te miezeren. Bij Appie H. werd ik meteen helemaal vrolijk van de kleurige bossen tulpen die naar me stonden te lonken, dus ik nam er een paar mee. De roosjes in de huiskamer hadden hun beste tijd intussen wel gehad en een beetje lente in huis kon geen kwaad. Met armen vol bloemen en boodschappen stapte ik de winkel weer uit, zeer in mijn nopjes bij het vooruitzicht van een vaas met verse bloemen. Alles paste in de fietstas, alleen staken de tulpjes een beetje uit. Geen nood, ik knoopte de tas stevig dicht en zette ook meteen mijn capuchon maar op, want ineens kwam de regen weer met bakken uit de lucht.
Gauw naar huis dus maar. Onderweg werd ik nog bijna geschept door een haastige automobilist, maar ik kon gelukkig net op tijd afremmen. Bij huis aangekomen wil ik de fietstas openmaken: tulpen foetsie! In plaats daarvan gaapte er een zwart fietstasgat ... Onmiddellijk drong het tot mij door dat ze ergens onderweg in de stromende regen op straat moesten liggen. Arme tulpjes, arme ik.
Het hoosde inmiddels zo hard dat ik de moed niet kon opbrengen om terug te fietsen. Ik hoop dat iemand anders mijn lentebloemetjes van een wisse dood heeft weten te redden. Want ook al komen ze niet uit Amsterdam, genieten kan iedereen er immers van!

18 februari 2007

Lazy sunday afternoons?
Vandaag helaas niet voor mij ... Ik ben de hele zondagmiddag bezig geweest met het nakijken en aanpassen van een vertaling die ik morgenochtend moet inleveren. Gelukkig heb ik het gered en gelukkig werkte het weer mee: in plaats van het voorspelde zonnetje bleef de lucht vandaag grijs en grauw. Dat nodigde niet erg uit om een eind te gaan fietsen, zoals gistermiddag, toen ik een heerlijk tochtje heb gemaakt in een aangenaam zonnetje. Vandaag kon ik dus mooi doorwerken met Vivaldi op de achtergrond ("De vier jaargetijden", daar knapt een mens van op!).
Het is niet zo mijn gewoonte om in het weekend door te werken en al helemaal niet als alle kinderen bij huis zijn, maar dit keer ging het helaas niet anders. Toegegeven, ik had het werk afgelopen week iets te strak ingedeeld en toen diende zich woensdagmiddag ineens een drukproef aan die er zo snel mogelijk tussendoor moest. Donderdagmorgen had ik eerst nog een deadline voor een grote vertaalopdracht voor een nieuwe klant, maar daarna ben ik er meteen mee aan de slag gegaan. Jammer genoeg bleek al snel dat de drukker er een rommeltje van had gemaakt en dat kostte extra uren. Tot overmaat van ramp kwamen er in de loop van vrijdag nog wijzigingen bij ... ik werd langzamerhand een beetje moedeloos en zag het weekend als verlengde werkweek opdoemen. De afgelopen dagen voelde ik me net Truus de mier. De oudere jongeren onder ons kennen haar nog wel, dat geinige 'tuuterdetuut'-dametje uit de Fabeltjeskrant.
Nu de vertaling af is, kan ik weer opgelucht ademhalen. Morgenochtend start ik met frisse moed aan de drukproef, zodat ik die kan inleveren. Gelukkig heb ik in goed overleg met de opdrachtgever kunnen schuiven - dan loopt mijn werkplanning voor komende week als het goed is weer op rolletjes! De les is duidelijk: de volgende keer maar iets minder krap plannen. Enne, het weekend ga ik toch heerlijk ontspannen afsluiten: ik krul me op in mijn luie stoel met een schitterend boek van Anna Enquist, De thuiskomst. Een absolute aanrader, dit prachtig beschreven levensverhaal over Elizabeth Batts, de vrouw van James Cook, zeevaarder en ontdekkingsreiziger in de 18e eeuw. Op de achterkaft stonden al wervende aanbevelingen. Hoewel ik nog maar net in het boek ben begonnen, is het absoluut waar wat de recensies beweren: een indrukwekkend boek. En wat mij betreft ook een bron van inspiratie voor vertalers!

12 februari 2007

Vertalers in topvorm!
Vandaag kwam ik een interessante topic tegen bij het surfen op de website van Proz.com, een ongelofelijk leuke, handige, internationale ontmoetingsplaats voor (freelance) vertalers en aanbieders van vertaalopdrachten. Global business: aanbieders en vertalers zitten verspreid over de hele wereld! Niet voor niets heb ik de link van die site bovenaan in mijn favorieten staan (zie rechtsonder) ... maar daarover een andere keer meer.
De vraag aan collega-vertalers was hoe je fit bleef als je hele dagen achter de computer zit. Fit in de ruimste zin van het woord: zowel anti-rsi-tips als anti-pondjes-door-het-mondje-tips waren welkom. Vanuit alle hoeken van de wereld kwamen bruikbare adviezen, maar ook grappige, relativerende opmerkingen. In het kort kwamen die (uiteraard) allemaal hierop neer: we moeten meer calorieën verbranden dan we innemen en dus ook meer bewegen. Ga er maar aan staan als je net een grote vertaling onder handen hebt met een stevige deadline ...
Alles bij elkaar doe ik het geloof ik nog best aardig: ik ga ’s morgens eerst lopen met mijn hond voordat ik aan mijn vertalingen begin (ja, ook als het regent). Zo start ik elke werkdag met een fris koppie! Later op de dag – meestal in de lunchpauze – ga ik op de fiets (ja, ook als het regent) naar Appie H. inspiratie opdoen voor het avondeten. In de slaapkamer staat mijn crosstrainer stand-by. Daar cross ik ’s avonds even stevig op en kijk onderwijl naar een al dan niet favoriet tv-programma. Maar, eerlijk is eerlijk, soms heb ik er geen zin in en dan sla ik een dagje over. Een keer in de week sport ik een uurtje in een fitnesscentrum met een groep onder leiding van een fysiotherapeut. Zo hoop ik rsi-klachten voor te blijven. Vooral armen, nek en schouders krijgen een goede training en dat merk ik vaak meteen, want die zitten als eerste ‘vast’. Verder doe ik een keer per week aquaerobics in het plaatselijke zwembad met een vriendin – da’s gezellig en goed voor de sociale contacten en de conditie. Alles staat of valt natuurlijk met discipline, niet alleen bij het (extra) bewegen, maar ook met eten. Als matig mens rook ik niet, van snoep- of snackaanvallen heb ik niet zo'n last en ik drink, nou ja, vooruit, een glaasje rode wijn ’s avonds bij het eten. Verder ben ik dol op verse groente en fruit. En ik heb mijn hele leven al gesport. Vroeger vooral hockey en tennis, tegenwoordig fiets ik veel, dat is makkelijker te combineren met een eigen bedrijf en een gezin. Mijn weerstand is goed op peil, griep- en verkoudheidsvirussen slaan mijn lijf dan ook meestal over. Het enige vuiltje aan de lucht (nou ja, in de longen) is mijn astma, maar die heb ik met goede medicijnen gelukkig prima onder controle.
Wat de werkdruk betreft: dat is een kwestie van een realistische werkplanning maken! Ook freelancers met kantoor aan huis kunnen dat leren, zo weet ik, inmiddels door schade en schande wijzer geworden... Waar ik vroeger vaak tegen beter weten in toch opdrachten aannam, die er eigenlijk niet meer bij konden, luister ik nu veel vaker naar mijn intuïtie. Als ik twijfel aan de haalbaarheid bespreek ik samen met de opdrachtgever wat er eventueel wel mogelijk is. Soms lukt het echt niet en moet ik – jammer genoeg – toch nee zeggen. Dat is beter voor mijn gezondheid en uiteindelijk dus ook voor mijn opdrachtgevers: mijn beste vertalingen ontstaan namelijk als ik goed in mijn vel zit!

8 februari 2007

(Weer) alarm?
Het was een rare dag vandaag. Zo zit je beschrijvingen van vakantiehuisjes in de Dordogne te vertalen (ik kwam al helemaal in vakantiestemming) en dan dwarrelen er ineens sneeuwvlokken langs je raam! Aanvankelijk leek het allemaal nogal onschuldig, want er bleef maar weinig sneeuw in het weiland liggen. Toch werden de berichten op de radio met het uur alarmerender: treinen gingen met aangepaste dienstregeling rijden (zouden ze met zo’n dienstregeling dan wel op tijd aankomen?), Rijkswaterstaat adviseerde om thuis te blijven als je niet dringend de weg op moest, er werden flinke files in de avondspits voorspeld en de grootste mop: er zou tussen de 5 en 10 cm sneeuw vallen, waarvan het meeste in Midden-Nederland. Op het hoogtepunt van de sneeuwbuien lag er hier (Utrecht ligt toch tamelijk in het midden van Nederland) hooguit 2 cm. Van die bijzonder drukke avondspits bleek uiteindelijk ook geen sprake. Gehoord op de radio: Ken je die mop van dat pak sneeuw? Het viel niet!
Het blijft een raar fenomeen, zo’n weeralarm. Dit is de derde keer al dit jaar en – toeval of niet – elke keer op een donderdag. De vorige twee keer ging het om zware storm, waarbij scholieren langs de Haarrijnse Plas bijna in het water woeien, maar toch gewoon de hele dag naar school moesten. Vandaag gaf de school van onze brugmug alle leerlingen om 12 uur al ‘sneeuwvrij’ om te voorkomen dat ze later vanmiddag in de problemen zouden komen door het dikke pak sneeuw. Zij vond het natuurlijk fantastisch! Haar broer iets minder toen hij het hoorde, want hij had gewoon een ’40-minuten’-rooster gehad vanwege rapportvergaderingen (en bleek uiteindelijk ongeveer even lang op zijn school te hebben gezeten, maar dat terzijde).
Aan het eind van de dag heb ik me toch maar op de fiets gewaagd. De goegemeente hier moet tenslotte driemaal daags gevoederd en fourageren doe ik bij voorkeur elke dag vers (ook goed voor de nodige beweging & ontspanning, anders zit ik veel te lang achter de computer). Dus op naar ’s lands grootste grutter met zijn superkleine prijsjes (en leuke reclamespots, maar nu dwaal ik af).
Tot mijn grote teleurstelling regende het. Als ik ergens een hekel aan heb, is het zulk kwakkelweer. Op straten en stoepen verandert de sneeuw in een vieze, grijze blubbermassa, waar geen mens enige lol aan beleeft. De kinderen in onze straat kon het gelukkig weinig schelen: zij waren veel te druk in de weer met sneeuwballen gooien en sneeuwpoppen maken.

Dat is maar goed ook, want voor morgen is doorzettende dooi voorspeld. Toch heb ik nog een sprankje hoop: rond 17.30 uur verschenen er boven de weilanden loodgrijze wolken aan de horizon. Wie weet hoeveel sneeuwvlokken die vanavond of vannacht nog gaan lozen.

3 februari 2007

Hockeytorenflat
Tussen september en juni staat het dagelijks leven in ons huishouden in het teken van hockey en dan voornamelijk trainingen op onmogelijke tijden - uiteraard meestal rond de avondmaaltijd. Nu bestaat ons samengestelde gezin uit tweemaal twee tieners tussen de 13 en 17 jaar die grofweg tweemaal per maand en in de schoolvakanties ook allemaal tegelijk hier zijn. Zo hebben we op de zaterdag altijd meer dan voldoende gelegenheid om wedstrijden te volgen op C-, B- en A-niveau en dat doen we dan ook met veel plezier. Het materiaal voor deze sport is echter een verhaal apart: hockeysticks en -schoenen (variërend van maat 41 tot 46 maar ze zitten altijd vol zand) laten zich nog netjes opbergen, uit het zicht, handig in een ton of een kast in de berging. Keepertassen volgen een geheel eigen dynamiek. Ons gezin telt 1 vaste keeper (zie foto: onderste, grootste tas), 1 midwinterspecialist (zie foto: bovenste tas) en 1 vliegende keep (zie foto: middelste tas). Vandaag waren ze alle drie aan de beurt - we konden ons kont niet meer keren in de gang en elders in huis hebben we voor dit soort onmogelijke tassen geen plek. Dan maar stapelen ...
Vandaag speelden er twee thuis, een was niet hier en een speelde iets verder weg. De fanclub moest dus worden opgesplitst. Van het team van onze vaste keep (mijn zoon) ben ik teambegeleidster. Het valt soms niet mee om iedere week weer 14 man van rond de 15 jaar op tijd, met kousen, stick, bitje & scheenbeschermers te laten verzamelen. Dit seizoen worden ze gesponsord, dus elke week komt er een tas vol shirts met rugnummer mee en kleden deze jonge Adonissen zich in de dug-out - in weer en wind -even om. De vaste keep verrichtte ook vandaag weer prachtige reddingen, maar tegen een team dat twee klassen hoger speelt, delf je dan toch het onderspit ....
Met het team van de vliegende keep (mijn dochter) deze week ben ik vorige week als invalcoach mee geweest: 11 meiden van rond de 13, weer een heel andere dynamiek. Voor de wedstrijd had ik nog een discussie met een van hen, omdat ze, in plaats van een panty, een trainingsbroek aan had en aan wilde houden. Ik vond dat ze dan in elk geval haar rokje er overheen moest draperen, maar dat wilde ze aanvankelijk niet. Na enig aandringen kwam het hoge woord eruit: "Dat ziet er toch niet uit". Mijn volgende vraag laat zich raden: "Wat kom je hier nou doen, hockeyen of er leuk uitzien?" Ze koos uiteindelijk eieren voor haar geld en inderdaad, een panty onder zo'n hockeyrokje staat een stuk charmanter! Mijn vliegende keep hoefde zich over haar uiterlijk vandaag geen zorgen te maken, in zo'n keeperuitrusting lijk je al gauw op een michelinmannetje, zo dik zit je in de beschermingslagen en onder zo'n helm zit je haar altijd wel goed. De tegenpartij was ook hier duidelijk van een andere klasse, dus ook deze keep werd veelvuldig gepasseerd ...
De midwinterkeep (jongste zoon van partner Hans) mocht eerst een eindje autorijden en vervolgens zijn best doen. Ondanks het feit dat hij niet vaak keept, heeft hij er vandaag toch voor weten te zorgen dat ongeveer de helft van de aanvallen werd gestopt. Helaas konden zijn teamleden er niet voor zorgen dat er evenveel tegengoals werden gescoord en ook hij heeft veel ballen achter zich tegen de lat horen knallen. Ach, als ze er maar lol in hebben.
Voor ons langs de lijn was het bepaald ook geen straf: strakblauwe hemel en een stralend zonnetje ... het leek wel voorjaar!