29 januari 2007


Multifunctionele computerspellen toekomstmuziek?
Afgelopen weken is de discussie over de kennis van o.a. Nederlands en wiskunde bij studenten en middelbare scholieren in Nederland in alle hevigheid losgebarsten. Niet alleen in praatprogramma’s op radio en televisie, maar vooral in de krant wordt volop gereageerd. De ultieme oplossing is – uiteraard – niet direct voorhanden, maar studenten en middelbare scholieren voerden deze week wel een ludieke actie: ze eisten meer les en betere begeleiding op school. Ze ervaren het “nieuwe leren” in de praktijk blijkbaar niet als een overdracht van kennis. Ik denk dat ze daarin gelijk hebben. Toch is het wel vermakelijk dat ze daarmee eigenlijk terugverlangen naar “de goede oude tijd”, waarin we vooral veel leerden over de inhoud van een vak (oefening baart kunst, dus veel stampwerk) en er veel minder nadruk werd gelegd op de vorm (het leren presenteren bijvoorbeeld). Maar laten we wel wezen: in die tijd hadden we geen internet en Power Point bestond nog niet.
Vanuit mijn eigen werkervaring vraag ik me af hoe mijn toekomstige collega’s hun talenkennis moeten vergaren. Zij missen de solide basiskennis, zowel van het Nederlands als van de vreemde talen. Op de basisschool hebben ze weinig geoefend met Nederlandse grammatica en op de middelbare school komen de vreemde talen er de laatste jaren ook tamelijk bekaaid vanaf. De spreekwoordelijke uitzondering is misschien Engels. De meeste scholieren krijgen die taal in de praktijk vermoedelijk beter onder de knie dan andere vreemde talen, omdat Engelstalige speelfilms en televisieprogramma’s, in Nederland over het algemeen worden ondertiteld. In dat opzicht hebben ze absoluut een voorsprong op hun buitenlandse medescholieren in landen waar films en televisieprogramma’s meestal worden nagesynchroniseerd. Helaas worden er in Nederland maar weinig speelfilms of televisieprogramma's in het Frans of Duits vertoond, dus die vlieger gaat voor deze talen niet op.
Een andere bron van taalverwerving zijn computerspellen, die meestal in het Engels worden uitgegeven en gespeeld. Ondanks mijn aanvankelijk bezwaar tegen al dat gamen moet ik toegeven dat mijn zoon aardig wat opsteekt van de (Engelstalige) computerspellen die hij regelmatig speelt, al dan niet via het internet (en dus met “medespelers” over de hele wereld met wie hij in het Engels moet communiceren). Als er dan wordt beweerd dat de huidige jeugd vooral visueel is ingesteld, moeten we de oplossing voor beter taalonderwijs misschien juist daar zoeken. Het zou mooi zijn als er meer computerspellen werden ontworpen waarmee middelbare scholieren spelenderwijs bijvoorbeeld ook de grammatica in verschillende talen leren en oefenen. Om de aandacht van de “gamende” jeugd vast te houden, moeten het dan natuurlijk wel spannende spellen zijn!

Geen opmerkingen: